Wanneer ouders zorg nodig hebben: het leven van een jonge mantelzorger

Op een zonnige namiddag in december ontmoet ik L. aan de UHasselt. Ze is 21 jaar en zit in het tweede jaar van haar rechtenstudie. “Dat was eigenlijk niet het plan,” klinkt het. “Ik wou criminologie of psychologie studeren, maar na een proefles rechten was ik helemaal verkocht. Na het middelbaar had ik echt nood aan stimulerend en uitdagend onderwijs, en dat vond ik hier helemaal in terug.”

L. combineert haar studie met de zorg voor haar moeder én vader. “Maar eigenlijk ben ik al mijn hele leven een jonge mantelzorger,” zegt ze. “Normaal zorgen ouders voor hun kinderen, maar bij ons was het vanaf het begin omgekeerd.”

Op kot, maar nooit ver weg

L. woont op kot in Hasselt, maar in het weekend keert ze terug naar huis. “Als ik thuis zou wonen, zou het gewoon niet lukken om te studeren. Ik zou geen moment voor mezelf hebben of ruimte om mijn examens voor te bereiden. Daarom zit ik op kot, anders kon ik dat niet combineren “

L. heeft een oudere broer van 26 jaar en haar ouders zijn gescheiden. Haar moeder heeft verschillende depressies gehad en haar vader kampt met ernstige hartproblemen. “We houden van elkaar, maar het is niet altijd een gezonde gezinsdynamiek geweest,” zegt L. eerlijk. “Ik ga in het weekend iets meer naar mijn moeder dan naar mijn vader, omdat het moeilijker is om tegen mijn moeder te zeggen dat ik niet kom. Mijn vader begrijpt het beter, maar allebei verwachten ze dat ik er ben.”

In het weekend doet ze boodschappen voor hen, gaat ze naar de apotheek en doet ze het huishouden. “Maar het grootste deel is mentale steun geven,” legt ze uit. “Er voor hen zijn, luisteren en hen door moeilijke momenten heen helpen. Vooral de hulp die mijn moeder nodig had, kwam vaak bij mij terecht. Ik moest luisteren naar haar verhalen, haar geruststellen als ze angstig was en haar helpen als ze vastliep in haar gedachten. En dat al vanaf dat ik zelf nog maar een kind was.” Maar L. is ook het eerste aanspreekpunt en de contactpersoon van beide ouders. “Als de psycholoog van mijn moeder haar niet kan bereiken, dan bellen ze mij. Alsof ik de tussenpersoon ben tussen mijn moeder en de hulpverlening. En toen mijn vader tijdens de examenperiode in het ziekenhuis terechtkwam, belden ze mij om alles te bespreken. Dat voelt soms wel raar, want ik ben hun dochter en niet hun begeleider.”

Jonge verantwoordelijkheid

Toen L. 17 was, kreeg haar moeder een beroerte. “Plots was alles anders. Ik was letterlijk een soort moeder voor mijn eigen moeder. Ik zorgde ervoor dat ze at, dat ze haar medicatie nam en dat ze niet de hele dag in bed bleef liggen. Terwijl mijn leeftijdsgenoten zich druk maakten over hun examens of uitgaan, zat ik te bellen met dokters en hulpverleners. En ik moest mijn rijexamen er door afzeggen. Iets wat ik tot op de dag van vandaag nog niet opnieuw heb ingepland.”

De situatie bij haar vader was niet minder zwaar. In 2020 kreeg hij een hartstilstand. “Mijn broer en ik hebben hem gereanimeerd. Ik was toen 16 jaar. Ik had nog maar pas op school geleerd hoe je dat moest doen, en plots doe je het op je eigen vader. Mijn vader heeft het overleefd, en daar ben ik ontzettend dankbaar voor. Het heeft wel iets met mij gedaan, maar het heeft me ook laten zien dat ik in een crisis kan handelen. Ik kan sterk zijn als het moet.”

L. was altijd de contactpersoon voor het ziekenhuis, ondanks dat haar broer ouder is. “Ik weet niet waarom dat zo gegaan is, maar ik was degene die belde, die vragen stelde en die beslissingen hielp nemen. Ik heb zelfs samen met mijn vader zijn testament opgesteld, voor het geval dat. Dat je daar op je 18de mee bezig bent… Dat is niet iets wat een doorsnee tiener of twintiger meemaakt. Ik ben me er wel van bewust dat het voor velen niet ‘normaal ‘is, maar tegelijk is het ook een soort van normaal voor mij geworden. Ik ken niet anders.”

“Normaal zorgen ouders voor hun kinderen, maar bij ons was het vanaf het begin omgekeerd.”

Een onmogelijke combinatie

De combinatie van mantelzorg en studeren is zwaar. Ze herinnert zich een moment tijdens de examenperiode toen haar vader in coma lag in het ziekenhuis. “Ik ben elke avond met de auto naar Leuven gereden vanuit Hasselt, terwijl ik eigenlijk moest blokken voor mijn examens. Ik kon maar een kwartiertje blijven omdat de bezoektijd beperkt was. Ik heb toen gebeld met de studiedienst om te vragen wat ik moest doen, want ik ging zo niet slagen. Er waren niet echt opties buiten het examen twee weken later maken, maar dan was mijn vader mogelijks nog niet uit het ziekenhuis. Ik heb toen besloten om een vak te laten vallen. Ik had geen andere keuze. Het voelde wel degelijk aan als falen, ook al weet ik rationeel dat het niet zo is.”

Meer flexibiliteit zou welkom zijn, al beseft L. dat dit niet altijd makkelijk is. “Toen mijn vader in het ziekenhuis lag heb ik mijn professor gemaild met de vraag of ik uitstel kon krijgen voor een taak die die week af moest. Hij zei dat dat niet mogelijk was en dat hij geen uitzonderingen kon maken. Ik vond dat echt verschrikkelijk, want het voelde alsof mijn situatie niet serieus genomen werd. De universiteit gaat ervan uit dat school je grootste prioriteit is, en zo wordt het hele traject ook opgesteld. Je moet beschikbaar zijn, je moet gemotiveerd zijn en je moet presteren, maar het houdt geen rekening met studenten die ook nog andere verantwoordelijkheden hebben. Ze bedoelen het niet slecht, maar ze begrijpen gewoon niet dat er momenten zijn waarop school niet op de eerste plaats kan komen.”

Op advies van haar eigen psycholoog probeert L. minder naar huis te gaan en grenzen te stellen door wat afstand te nemen. “Na elk bezoek was ik helemaal uitgeput, niet alleen fysiek maar vooral mentaal. Het zijn ook soms de kleine dingen die zwaar wegen. Momenten waarop je net helemaal in je boeken zit, en dan breekt die andere wereld plots binnen. Dan moet je switchen van student naar mantelzorger. Dat kost energie, meer dan mensen denken.” En toch staat ze hier, met een voorzichtige glimlach. “Ik zit in mijn tweede jaar rechten, ik haal goede punten en ik heb vrienden gemaakt. Soms vergeet ik dat even, maar als ik terugkijk op de afgelopen jaren, dan ben ik eigenlijk best wel trots op mezelf. Niet iedereen zou dit volhouden.”

Tussen schaamte en openheid

De vriendengroep van L. is op de hoogte van haar zorgsituatie. “Ik ben hier heel open over tegen de meeste mensen. Vooral over de situatie met mijn moeder, daar praat ik gemakkelijker over dan over mijn vader.” Toch zit er ook schaamte. “Ik kan mijn vrienden niet meenemen naar huis. Het is geen verzorgde woning en geen huiselijke omgeving waar je trots op bent. Ik had een tijdje geleden een korte romantische relatie en ik durfde hem niet mee te nemen naar huis. Ik dacht: hoe kan ik die persoon ooit voorstellen aan dit alles?”

Ze ziet het verschil met anderen dagelijks. “Er zijn studenten die thuis in de watten gelegd worden tijdens examens. Ouders die snacks brengen naar hun kot, die ontspanning plannen na de examens of die alle zorgen uit handen nemen zodat hun kind zich alleen maar moet focussen op studeren. Die hele dynamiek van ‘ouders zorgen voor kinderen’ die voor hen zo vanzelfsprekend is, heb ik nooit gekend. Het is niet dat ik jaloers ben, maar het voelt soms wel erg oneerlijk. Dan voel ik me soms wel verdrietig dat ik dat gemist heb.”

Toch zijn er ook lichtpuntjes. Haar vrienden zijn een belangrijk steunpunt geworden. “Ik heb een hele fijne vriendengroep gevonden die me echt begrijpt. Ze vragen hoe het gaat, ze accepteren het als ik moet afzeggen, en ze weten wanneer ik gewoon afleiding nodig heb en wanneer ik moet praten. Zo’n vangnet is goud waard.”

“De regering is aan het besparen op zorg, op ondersteuning en op alles wat mensen zoals ik en mijn ouders nodig hebben. Dat maakt mij bang.”

Op eigen benen staan

De universiteit heeft een mantelzorgstatuut, maar L. heeft het niet aangevraagd. “Ik weet niet precies wat het inhoudt en welke voordelen of ondersteuning je krijgt. Ik ben redelijk perfectionistisch en ik wil niet het gevoel hebben dat ik zwakker ben of meer hulp nodig heb dan anderen. Mantelzorg heeft mij heel zelfstandig gemaakt, waardoor ik het gevoel heb dat ik op een manier toch controle heb over mijn situatie. Al vraag ik me soms af of ik mezelf niet tekort doe door die hulp niet te vragen.”

L. moet haar studie zelf financieren. Haar vader is met pensioen en haar moeder heeft geen inkomen naast de alimentatie die ze ontvangt. “Ik krijg wel een studietoelage, en daar ben ik dankbaar voor, maar ik heb het voorbije jaar voornamelijk geleefd van mijn spaargeld. Ondertussen heb ik een studentenjob, maar dat komt er natuurlijk weer bovenop.”

L. maakt zich dan ook vaak zorgen over de toekomst, vooral met de besparingen die de regering doorvoert. “De regering is aan het besparen op zorg, op ondersteuning en op alles wat mensen zoals ik en mijn ouders nodig hebben. Dat maakt mij bang. Straks is er nog minder hulp beschikbaar, en dan valt alles op mij. Het zou gewoon heel erg helpen als ik me geen zorgen moest maken om geld, zodat ik me kan focussen op mijn studie en niet constant moet kiezen tussen mijn toekomst en hun welzijn.”

Eigen gezondheid op de tweede plaats

“Mijn eigen gezondheid komt vaak op de tweede plaats,” geeft L. toe. “Afspraken voor mezelf worden uitgesteld of afgezegd voor afspraken van mijn ouders. Als mijn moeder naar de dokter moet en ik ook een afspraak heb, dan ga ik met haar mee en verzet ik de mijne. Dat lijkt logisch op het moment zelf, maar achteraf denk ik: waarom doe ik dat? Waarom is hun gezondheid belangrijker dan de mijne?”

Ze heeft het laatste jaar geregeld last van migraine, maar naar de dokter gaan blijft moeilijk. “Het is heel moeilijk om naar de dokter te gaan als niemand je daarbij begeleidt. Dat klinkt misschien gek voor iemand van 21, maar als je altijd de zorgverlener bent geweest, dan vergeet je hoe je zelf hulp moet vragen. Dan voelt het bijna egoïstisch om tijd te nemen voor je eigen klachten. Ik weet dat ik die migraine serieus moet nemen, maar telkens als ik wil bellen voor een afspraak, dan bedenk ik honderd redenen waarom het nu niet kan. Omdat ik moet studeren, omdat mijn moeder me nodig heeft of omdat het toch wel weer over zal gaan. En zo schuif je het voor je uit, tot het echt niet meer gaat.”

“Maar ik heb er ook veel door geleerd,” klinkt het. “Ik heb geleerd dat ik veel aankan. Ik ben ontzettend zelfstandig geworden, ik kan goed omgaan met stress en ik kan plannen en organiseren zoals weinig mensen van mijn leeftijd dat kunnen. Ik ben empathisch en ik zie dingen die anderen niet zien. Als iemand in nood is, dan merk ik dat. Dat is ook iets moois, denk ik. Het is niet alleen maar negatief.”

“Ik ben verantwoordelijk en sta sterker in mijn schoenen dan veel van mijn leeftijdsgenoten. Ik kan dingen aan die anderen nog nooit hebben hoeven doen. Dat maakt me misschien anders, maar ook bijzonder.”

Een toekomst tussen verdriet en opluchting

Als L. over de toekomst praat, klinkt er een mix van verdriet, opluchting en schuldgevoel. “Natuurlijk wil ik mijn ouders erbij hebben bij grote gebeurtenissen in mijn leven. Mijn afstuderen, misschien mijn huwelijk ooit of kinderen als ik die krijg. Ik wil dat ze daar deel van uitmaken en dat ze trots op me zijn. Maar tegelijk… als ze er niet meer zijn, dan hoef ik me daar tenminste geen zorgen meer over te maken. Ik weet dat dat een heel vreemde gedachte is om te hebben over je eigen ouders. Soms schaam ik me daarvoor. Maar een deel van mij kijkt uit naar een toekomst waarin ik niet meer verantwoordelijk ben voor hun welzijn, waarin ik gewoon mijn eigen leven kan leiden zonder constant te moeten zorgen.”

Ondertussen bouwt L. aan haar eigen toekomst en die van anderen. Ze is activiste en betrokken bij een studentenorganisatie. Vanuit de universiteit organiseert ze een collectieve blok: een week studeren op verplaatsing mét overnachting, speciaal voor studenten die dat thuis niet kunnen. “Er wordt voor hen gekookt, er is structuur en rust… en dat allemaal voor een lage prijs. We willen het toegankelijk houden. En studenten die het echt niet kunnen betalen, krijgen een aangepast tarief omdat anderen die het zich kunnen veroorloven een beetje extra geven.”

Het is haast ironisch: terwijl L. al haar hele leven voor anderen zorgt, blijft ze manieren zoeken om nóg meer voor anderen te betekenen. Door haar mantelzorgervaring weet ze precies wat mensen nodig hebben. “Zorgzaamheid is een hele mooie eigenschap, en daar ben ik ook trots op. Ik ben verantwoordelijk en sta sterker in mijn schoenen dan veel van mijn leeftijdsgenoten. Ik kan dingen aan die anderen nog nooit hebben hoeven doen. Dat maakt me misschien anders, maar ook bijzonder.”

Ze wil anderen inspireren en ondersteunen. “Ik wil echte veranderingen doorvoeren en een verschil maken. Klinkt dat cliché? Misschien wel, maar ik meen het. Ik weet hoe het voelt om alleen te zijn in je problemen, om niet gezien te worden. Ik denk dat wat me drijft is dat ik wil bewijzen dat je niet alleen maar je omstandigheden bent. Ja, ik ben jonge mantelzorger. Maar ik ben ook rechtenstudent, activiste, vriendin en dochter op een andere manier. Ik ben meer dan alleen dat label.”

Hoe overleef je als mantelzorger de feestdagen?

De feestdagen worden vaak voorgesteld als een tijd van afronden, vieren en samen zijn. Voor mantelzorgers is het soms iets anders. Niet per se slechter, maar complexer. Zorg neemt geen vrijaf, ook niet tussen Kerst en Nieuw. Ze laat zich niet pauzeren omdat er een menu is samengesteld of omdat iemand vindt dat “we het toch wat gezellig moeten maken”.

Wat deze periode typeert, zijn tegenstrijdige gevoelens. Je kan blij zijn met samen zijn en tegelijk verlangen naar stilte. Je kan dankbaar zijn en toch verlangen naar meer. Je kan houden van iemand en ondertussen beseffen dat jullie nog weinig gemeenschappelijk hebben. Wat het extra moeilijk maakt, is dat deze periode weinig ruimte laat voor nuance. Wat al zwaar was, wordt niet lichter omdat er lichtjes hangen.

Het eindejaar legt alles wat er al was extra bloot. Veel mantelzorgers herkennen het: je wil het goed doen. Voor de ander, voor de familie en voor het moment. En ergens ook voor jezelf. Tegelijk bots je op grenzen die niet altijd zichtbaar zijn voor de buitenwereld. Vermoeidheid valt meer op wanneer anderen energie lijken te hebben. Gemis weegt zwaarder wanneer herinneringen zich vanzelf opdringen. En verwachtingen — die van anderen, maar ook die van jezelf — komen opvallend graag samen rond een mooi gedekte tafel.

Verwachtingen — die van anderen, maar ook die van jezelf — komen opvallend graag samen rond een mooi gedekte tafel.

Daarbovenop komt de rolverwarring: je bent mantelzorger, maar ook partner, kind, familielid, gastheer of -vrouw. Je probeert aanwezig te zijn, terwijl een deel van je hoofd voortdurend bezig is met mogelijke crisisscenario’s. Ontspannen lukt dan ongeveer even goed als je broeksknoop dichthouden na die 27 kroketten van bij het hoofdgerecht.

Er is ook het vergelijken. Met hoe anderen het lijken te beleven, of hoe het vroeger misschien was. Met een beeld van ‘normale feestdagen’ dat niet past bij jouw leven. Dat kan verdriet oproepen, of irritatie, of een vaag gevoel van gemis dat moeilijk te benoemen is. En vaak volgt daar schuldgevoel op: ik zou toch dankbaar moeten zijn, ik mag me niet zo voelen.

Maar misschien hoeven de feestdagen geen moment te zijn waarop alles klopt. Misschien is het net een periode waarin de tegenstrijdigheid zichtbaar wordt. Waar liefde en weerstand naast elkaar bestaan. Waar zorgen en verlangen botsen. Niet omdat je tekortschiet, maar omdat zorg dragen complex is.

Misschien volstaat het om te erkennen dat deze dagen meer vragen dan ze geven – en dat we dat er elk jaar opnieuw bij nemen.

Van daaruit kan voorzichtig ruimte ontstaan voor mildheid. Door verwachtingen iets lager te leggen. Door niet alles te willen dragen. Door kleine momenten van rust toe te laten, zonder ze te moeten verdienen. En door jezelf niet te beoordelen op hoe ‘feestelijk’ je deze periode doorkomt.

Misschien hoeft er niets opgelost te worden. Geen groot inzicht, geen nieuwe balans. Misschien volstaat het om te erkennen dat deze dagen meer vragen dan ze geven – en dat we dat er elk jaar opnieuw bij nemen.

Verlies, verdriet en het leven weer oppakken: Anna May vertelt over rouw

Jongvolwassen zijn is gewoonlijk een tijd van ontdekking en kansen. Een tijd om fouten te maken en om je te amuseren. Mijn tienerjaren en eerste jaren als twintiger waren mijlenver verwijderd van deze zorgeloze verwachtingen. Ik probeerde mee te zijn met alle dingen die mijn vrienden deden, maar ik werd ook geconfronteerd met rouw om mijn broer die overleed toen ik een kind was en om mijn vader, die overleed toen ik studeerde. Rouw kan ons op elke leeftijd treffen en de gevoelens die het oproept zijn herkenbaar voor zowel jongere als oudere mensen. 

Nadat ik zag hoe moeilijk het was om steun te krijgen toen ik studeerde, richtte ik het Student Grief Network op. Het is een organisatie in het Verenigd Koninkrijk die sensibiliseert over rouw in universiteiten. In dit artikel deel ik een aantal zaken die ik geleerd heb over rouwen als jongvolwassene, vanuit mijn eigen ervaring en vanuit gesprekken met honderden andere jongvolwassenen. Veel van wat ik deel, kan ook herkenbaar zijn voor mensen van oudere leeftijden. 

Wat is rouw? 

Het is moeilijk om te definiëren en anders voor iedereen. Veel mensen denken dat rouw wil zeggen dat je je verdrietig voelt en de persoon mist maar het is vaak complexer. Het kan een breed spectrum aan emoties oproepen: woede, angst, schuldgevoel… Soms kan je je zelfs helemaal verdoofd of emotieloos voelen. Het kan ook ons lichaam beïnvloeden en bijvoorbeeld hoofdpijn of spijsverteringsproblemen veroorzaken of onze slaap en energieniveau aantasten. Rouw kan ook onze dagelijkse routines, onze relaties, onze identiteit en ons hele perspectief op de wereld beïnvloeden. Deze gevoelens en lichamelijke reacties kunnen ervaren worden door mensen van alle leeftijden. 

Rouwen als jongvolwassene 

Rouw gaat vaak samen met grote veranderingen in je leven, zoals studeren, je eerste job, relaties aangaan en je ouderlijk huis verlaten. In een tijd van onzekerheid (je bent niet langer een kind, maar ook nog niet volledig gevestigd als volwassene) kan rouw specifiek desoriënterend en eenzaam zijn. Leeftijdsgenoten focussen op het bouwen van hun toekomst. Rouwende jongvolwassenen proberen zich wegwijs te maken in een wereld die plots en pijnlijk is veranderd. 

Jongvolwassenen zitten in een fase van het leven waar we normaal gezien verkennen wie we zijn: onze passies, waarden, relaties en ambities. Maar rouw kan allesoverheersend aanvoelen. We zijn dan vooral bezig met het verwerken van grote emoties, nieuwe verantwoordelijkheden en veranderingen in familiedynamieken en vriendschappen waardoor er weinig ruimte is om het leven te verkennen en ervan te genieten. 

Meestal zijn we de eerste van onze leeftijdsgenoten die met verlies geconfronteerd worden. Dat kan oneerlijk of alleen aanvoelen. Vaak stellen we ons vragen zoals ‘waarom ik?’ of ‘waarom nu?’. Het voelt ook alsof we te snel volwassen moeten worden en het zorgeloze, speelse deel van onszelf moeten achterlaten. Het voelt alsof mensen ons niet begrijpen, omdat ze doorgaan met hun ‘normale’ leven en waardoor we soms jaloezie, frustratie of gebrek aan verbinding voelen. 

Na het verlies van een dierbaar persoon merken veel jonge mensen dat ze angstiger worden, bijvoorbeeld over de toekomst, de gezondheid en veiligheid van anderen. Soms voelen ze zich alsof ze steeds wachten op de volgende nare gebeurtenis, waardoor het moeilijk is om los te laten en te genieten van het leven. Anderen reageren juist anders en laten zich gaan in een meer spontane houding, vanuit het geloof dat ‘het ergste al gebeurd is’ en de wil om iets van het leven te maken. 

We moeten geen positieve kanten vinden in rouw (soms is het gewoon afschuwelijk), maar tegelijk zeggen veel mensen dat ze door rouw en verlies meer empathie hebben, hun relaties sterker en hun prioriteiten helderder zijn. 

Er is geen juiste of foute manier om te rouwen. Iedereen is anders en er is geen boek met regels of een handleiding om je je beter te doen voelen. Het vraagt tijd. Maar het is mogelijk om een gelukkig en betekenisvol leven op te bouwen, ondanks alles wat er is gebeurd. En nog belangrijker: vergeet niet dat je niet alleen bent. 

Tips voor iedereen 

  • Praat met iemand die je vertrouwt, stap voor stap. 
  • Zoek herkenning bij anderen: je bent niet de enige. 
  • Voel geen verplichting om alles te delen; neem de tijd die je nodig hebt. 
  • Vind andere uitlaatkleppen zoals schrijven, tekenen, bewegen of muziek. 

Meer info (Engels) over het Student Grief Network: www.studentgriefnetwork.co.uk 

(Schilderwerk van Anna May: toont aan hoe rouw bij haar evolueerde over de tijd – van donker naar meer kleuren). 

Schuldgevoel als schaduw van mantelzorg: hoe veerkracht kan helpen

“Ik voel me schuldig als ik een uurtje voor mezelf neem.”
“Ik twijfel of ik wel de beste zorg geef.”
“Als ik het niet doe, dan doet niemand het.”
“Wat als ik er zelf niet meer ben…”

Het zijn gedachten die veel mantelzorgers herkennen. Schuldgevoel sluipt haast vanzelf binnen in het leven van wie langdurig voor een ander zorgt. Het lijkt de schaduwkant van hun zorgzaamheid: hoe groter het engagement, hoe zwaarder soms de last van dat knagende gevoel.

De vele gezichten van schuldgevoel

Schuldgevoel bij mantelzorgers gaat vaak verder dan de vraag of ze ‘de juiste beslissing hebben gemaakt’.
Het gaat ook over:

  • Het gevoel altijd tekort te schieten. Tussen werk, gezin, huishouden en zorg lijkt het alsof er nooit genoeg uren in een dag zitten. Wat je ook doet, het voelt alsof het nooit helemaal voldoende is.
  • Het gevoel er alleen voor te staan. Veel mantelzorgers voelen dat zij de enigen zijn die écht goede zorg kunnen geven. Tijd nemen voor zichzelf voelt dan alsof ze iemand in de steek laten. En wat als zij er zelf niet meer zijn?
  • Het gevoel niet goed genoeg te zijn. Ben ik wel geduldig genoeg? Had ik dit anders moeten aanpakken? Onzekerheid kan snel omslaan in zelfkritiek.

Deze gedachten zijn menselijk en begrijpelijk, maar ze vergroten de draaglast aanzienlijk. Schuldgevoel is een emotionele rugzak die bovenop de praktische en mentale taken van mantelzorg komt.

Draagkracht versus draaglast

Mentale gezondheid draait vaak om het evenwicht tussen draaglast (alles wat zwaar weegt) en draagkracht (alles wat je helpt sterk te blijven staan). Wanneer schuldgevoel voortdurend meespeelt, voelt de last dubbel zo zwaar.

Daarom is het zo belangrijk om de draagkracht te versterken. Niet door nóg meer te doen, maar door jezelf toe te staan om ook zorg te dragen voor je eigen welzijn. Want hoe beter een mantelzorger zich staande kan houden, hoe duurzamer en krachtiger de zorg die hij of zij biedt.

Samen veerkrachtig

Het thema van de 10-daagse van de geestelijke gezondheid dit jaar is ‘Samen veerkrachtig’. Dat raakt de kern van mantelzorg: je hoeft het niet alleen te dragen.

Veerkracht groeit in verbinding. Wanneer mantelzorgers hun gevoelens kunnen delen met familie, vrienden of lotgenoten, verliezen gevoelens van schuld of schaamte vaak wat van hun scherpte. Ook een klein gebaar van erkenning – een luisterend oor, een “dank je wel” – kan wonderen doen.

Samen veerkrachtig betekent ook mild zijn voor jezelf. Weten dat perfect zorgen niet bestaat, maar dat goede zorg begint bij een zorgzame houding naar jezelf toe.

Tips om schuldgevoel te verlichten:

  • Geef je grenzen aan. Het is oké om bepaalde taken uit handen te geven of af te bakenen. Dat is een manier om je draagkracht te bewaken.
  • Herinner jezelf eraan: zelfzorg = goede zorg. Door goed voor jezelf te zorgen, bied je stabielere en meer liefdevolle zorg aan de ander.
  • Durf te delen. Schuldgevoel wordt lichter als je er woorden aan geeft en merkt dat je niet alleen bent.
  • Wees mild. Niemand kan 24/7 alles perfect doen. Goed genoeg is vaak al méér dan genoeg.

Wil je op de hoogte blijven van alle nieuws over mantelzorg? Word dan gratis lid en ontvang onze nieuwsbrief.

Heb je nog vragen? Neem contact op via 078 77 77 97 of info@steunpuntmantelzorg.be.

De zorgpremie stijgt in 2026. Wat betekent dat voor jou?

De Vlaamse regering verhoogt volgend jaar de zorgpremie die elke Vlaming boven de 25 jaar jaarlijks betaalt. Ze stijgt van 64 naar 100 euro – of van 32 naar 35 euro voor wie recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming. Maar wat is een zorgpremie eigenlijk? En waarom betaal jij daarvoor?

De zorgpremie bestaat sinds 2001. Het is geld dat de overheid, via de de zorgkas en de mutualiteiten, gebruikt om financiële steun te bieden aan mensen met een speciale zorgnood. Ruim 4,7 miljoen mensen betalen elk jaar de zorgpremie en meer dan 300.000 zorgbehoevende mensen worden hier elke maand mee versterkt. Dit kadert in de Vlaamse sociale bescherming.

De zorgpremie wordt gebruikt voor de uitbetaling van 3 verschillende zorgbudgetten:

  • Zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden – €140/maand
  • Zorgbudget voor 65+ met een zorgnood (en een beperkt inkomen) – afhankelijk van inkomensschaal
  • Zorgbudget voor mensen met een handicap – €300/maand

Het bedrag van de zorgpremie is de voorbije jaren al meermaals gestegen, maar dit is ook nodig om de zorgbudgetten te kunnen blijven uitbetalen met de vergrijzing van onze maatschappij.

Waarom betaal ik daarvoor als ik dat zelf niet nodig heb?

Door de vergrijzing komen er steeds meer ouderen en mensen met een zorgnood bij en dit brengt veel kosten met zich mee. De zorgpremie past in het beeld van een solidaire maatschappij, waarin we samen de zorg voor elkaar opnemen. Daarnaast is de kans heel groot dat je het zorgbudget ooit wel nodig zal hebben.

“De stijging van de zorgpremie blijft niet zonder kritiek, maar moet zorg toegankelijk en betaalbaar houden voor ouderen, mensen met een zorgnood of handicap. Ik vind het een teken van solidariteit met de meest kwetsbaren in budgettair uitdagende tijden. Maar vergeet niet: we worden collectief ouder, onze zorgnoden complexer en de professionele zorg kampt met personeelstekorten. De vraag blijft dus: hoe creëren we een solidair en performant systeem om zorg morgen en in de toekomst mogelijk te blijven maken? Ook die werf dient verder aangepakt te worden.”

Karin Van Mossevelde, voorzitter Steunpunt Mantelzorg

Hoe Ans zelfstandigheid vond via een netwerk van helppers, mantelzorgers en professionals

In Antwerpen woont Ans, een ambitieuze jonge vrouw. Op haar veertiende raakte ze grotendeels verlamd na een verkeersongeval. Sindsdien leeft ze met een zware fysieke beperking en complexe medische noden.

Vandaag woont Ans zelfstandig. Ze weet wat het is om afhankelijk te zijn en tegelijk haar leven zo zelfstandig te leiden. Alleen lukt dat niet, maar dankzij een sterk team van formele en informele zorgverleners wél.

De puzzel van 24/7 ondersteuning

Ans is dagelijks volledig afhankelijk van hulp. De verpleging helpt haar bij medische verzorging zoals wassen, wondzorg en aankleden. “Daarnaast zijn er andere dingen waarbij ik hulp nodig heb: van haar kammen tot hulp buitenshuis en ‘s avonds.” Om alles rond te krijgen, werkt Ans met meerdere formele zorgverleners zoals persoonlijke assistenten, artsen, kinesisten en verpleegkundigen. Maar daar blijft het niet bij. Naast hulp van haar mantelzorgers, schakelt ze ook informele zorgverleners in. Dat zijn helppers via het Helpper-platform. Zij springen flexibel in en bieden aanvulling op wat vaak buiten de klassieke zorgkaders valt.

Die flexibiliteit is essentieel. “Mijn thuisverpleegkundigen hebben geen tijd voor extra taken, en mijn persoonlijke assistenten doen geen nachtopvang. Die wordt bijna volledig opgevangen door mijn familie of helppers.”

Wat helppers mogelijk maken

Voor Ans betekenen helppers meer dan praktische ondersteuning. “Ze bieden rust, vrijheid en vriendschap,” zegt ze. “Dat ik op hen kan rekenen, zonder een beroep te moeten doen op mijn familie – wat door velen na zo’n ongeval vaak als evident wordt beschouwd, maar waar zij, in tegenstelling tot (in)formele zorgverleners, nooit vrijwillig voor hebben gekozen – is goud waard.

Helpper Evelien helpt Ans met uiteenlopende taken: koken, kleren klaarleggen, boodschappen en nachtpermanentie. “Een helpper is flexibel inzetbaar en vult de vaste hulp aan. Ans is erin geslaagd om een goed team op te bouwen,” zegt Evelien.

Ans benadrukt ook hoe belangrijk betaalbaarheid is. “Een helpper kost ongeveer de helft van een persoonlijk assistent via een interimkantoor. “Het is enkel via Helpper dat ik zelfstandig en kwalitatief kan wonen en leven,” aldus Ans.

Op emotioneel vlak is de meerwaarde even groot. “Zonder mijn helppers zou ik meer afhangen van mijn mantelzorgers en vrienden, waarvan ik uit ervaring weet dat het op termijn voor alle partijen fysiek en emotioneel te zwaar zal zijn,” vertelt ze.

Het platform achter de hulp

Helpper is een platform dat informele zorg mogelijk maakt via buurtbewoners die praktische hulp bieden. Voor Ans is het platform een belangrijke schakel en aanvulling in het organiseren van hulp. “Een hulpvraag aanmaken verloopt eenvoudig, en zelfs met mijn uitgebreide en intensieve hulpvraag en gemiddelde verloning krijg ik vaak meerdere positieve reacties.” Dankzij de gebruiksvriendelijke werking en de mogelijkheid om flexibel in te plannen, vult Helpper de gaten op waar klassieke hulpverlening geen oplossingen biedt. Die laagdrempeligheid laat Ans toe om snel in te spelen op veranderingen in haar zorgteam, zeker wanneer iemand uitvalt of plots extra hulp nodig is.

Wat is Helpper?
Helpper is een online platform dat mensen met een zorgnood en mantelzorgers in contact brengt met buurtbewoners die willen helpen. Deze “helppers” bieden informele hulp, aanvullend op professionele zorg en mantelzorg. Meer info: http://www.helpper.be

De onzichtbare motor: haar moeder als mantelzorger

Mantelzorg betekent voor Adelheid “voor mijn dochter zorgen waar dat nodig is.” Sinds haar 53ste is Ans’ moeder op medisch pensioen. De combinatie van lesgeven en de zorg voor drie pubers, waarvan een met een ondersteuningsnood, werd te zwaar. Toch helpt ze haar dochter nog wekelijks. “Ik ben graag bij Ans, maar de zorgtaken zijn intensief. Van helpen bij het ontbijt tot sonderen, samen winkelen, koken tot nachtelijke zorg. Het is zwaar, vooral als Ans ziek is of veel pijn heeft,” zegt ze. “Vroeger deed ik bijna alles zelf. Nu is er gelukkig een netwerk. Elk uur dat iemand anders overneemt, is een uur waarop ik tijd heb.”

“Zorg dat je niet alles alleen doet. Bouw een netwerk. Anders ga je eraan onderdoor.” – Boodschap van Ans’ moeder aan andere mantelzorgers.

Professionele zorg in samenspel

Mariska is één van Ans’ formele zorgverleners. Ze werkt wekelijks acht uur in de voormiddag en neemt ‘s ochtends de dagelijkse verzorging op zich. De samenwerking met helppers ziet ze als versterking. “Ze bieden praktische hulp en gezelschap buiten mijn uren. Zij springen ook gemakkelijk in op vrijgekomen momenten en tijdens het weekend.”

De samenwerking tussen formele zorgverleners, helppers en familie verloopt vlot, met een WhatsApp-groep en een sterk gevoel van verbondenheid. “Iedereen kent elkaar minstens bij naam, vult elkaar aan en neemt over wanneer nodig,“ vertelt Ans. “Het maakt dat ik me ondersteund voel, zonder dat iemand overbelast raakt. Deze aanpak maakt het ook financieel haalbaar en zorgt dat ik de nodige hulp krijg.”

Hoe schakel ik professionele zorg in als mantelzorger?

Als mantelzorger wil je alles doen voor degene die je graag ziet. Het lijkt vaak vanzelfsprekend, maar soms komt er een moment waarop je voelt dat het te zwaar wordt. Je hebt geen tijd meer voor jezelf of je merkt dat je geduld steeds kleiner wordt.

Toch blijft de stap naar professionele zorg voor mantelzorgers vaak moeilijk. Misschien omdat je denkt dat je het ‘zelf moet kunnen’, misschien omdat je naaste geen hulp van buitenaf wil of omdat je bang bent om de controle over de zorgsituatie te verliezen. Of omdat je het gevoel hebt dat je hierdoor de persoon voor wie je zorgt, in de steek laat. Toch kan het een opluchting zijn om de zorg samen te dragen. We creëerden een korte handleiding om jullie hierin te begeleiden.

Stap 1: Weerstand van de zorgvrager aanpakken

Veel mantelzorgers botsen op de vraag: “Hoe schakel ik hulp in als degene voor wie ik zorg dat eigenlijk niet wil?”

Weerstand komt vaak voort uit angst of schaamte. Angst om de controle te verliezen. Schaamte omdat iemand hulp nodig heeft voor dingen die vroeger vanzelfsprekend gingen.

Wat kan helpen?

  • Luister eerst naar de bezorgdheden, zonder te oordelen.
  • Benadruk dat professionele hulp jou niet vervangt, maar aanvult.
  • Begin klein: soms helpt het om met een beperkte hulp te starten, zoals iemand die 1 keer per week ondersteuning biedt.

Stap 2: Voorbereiding en reflectie

Voor je een hulpvraag stelt, is het goed om stil te staan bij je eigen rol in de zorgsituatie.

  • Welke taken kosten me het meeste energie?
  • Wat kan ik nog dragen zonder uitgeput te raken?
  • Welke hulp zou écht verlichting geven?

Deze reflectie helpt niet alleen om duidelijker te communiceren naar de zorgprofessional, maar ook om de stap naar hulp minder beladen te maken. Het is niet omdat je het niet meer kan, het is net zodat jij het kan volhouden.

Stap 3: Samen in gesprek

Bij het inschakelen van professionele zorg is het belangrijk dat iedereen gehoord wordt: de zorgvrager, de mantelzorger én de zorgprofessional. Een open gesprek draait om elkaar begrijpen. Luister daarom goed naar elkaar en geef iedereen de kans om hun verhaal te vertellen. Iedereen kijkt namelijk op zijn eigen manier naar de zorgsituatie.

In een kennismakingsgesprek kan je samen kijken naar:

  • Wat wil en verwacht de zorgvrager?
  • Wat kan en wil de mantelzorger nog doen?
  • Wat is realistisch en haalbaar volgens de zorgprofessional?

Dat noemen we triadisch werken: samen puzzelen om tot een gezonde balans te komen. Zo worden er geen onuitgesproken verwachtingen gecreëerd die later tot frustratie kunnen leiden. Het is belangrijk dat je tijdens dit gesprek alles bespreekt wat voor jou belangrijk is. Zorg dat je stap 2 hebt voorbereid, maar vermeld zeker ook nieuwe vragen of gedachten die tijdens het gesprek opkomen. Stel vragen als je iets niet begrijpt, of als iets wordt gezegd dat volgens jou niet klopt.

Tijdens een gesprek wordt vaak veel besproken en soms is het moeilijk om alles te kunnen onthouden. Daarom is het handig zelf mee te schrijven. Je kunt ook iemand anders vragen dit te doen, zoals een familielid. Wat ook kan: neem het gesprek op met een recorder of een app op je telefoon. Vraag wel eerst toestemming aan de persoon met wie je het gesprek voert. Meestal is dit geen probleem, want de zorgprofessional begrijpt dat het lastig is om alles te onthouden.

Stap 4: Zorgzame communicatie

Een goede start is belangrijk, maar zorg stopt nooit met evolueren. Daarom blijft zorgzame communicatie ook later cruciaal:

  • Spreek uit wanneer iets niet meer lukt.
  • Durf aan te geven wat je nodig hebt, ook als dat veranderd is.
  • Vraag verduidelijking als afspraken niet duidelijk zijn.

Zo hou je het gesprek open, eerlijk en warm – in plaats van te wachten tot spanningen oplopen.

Tot slot:

Professionele zorg inschakelen betekent niet dat je als mantelzorger opgeeft of het niet meer aankan. Het betekent dat je kiest om de zorg vol te houden – samen en met respect voor ieders rol. Goede zorg begint met een open gesprek tussen jou en de zorgvrager. Laat deze week een uitnodiging zijn om te reflecteren. Om te voelen wat jij nodig hebt en dat ook te durven uitspreken.

Wil je op de hoogte blijven van het nieuws over mantelzorg? Word dan gratis lid en ontvang onze nieuwsbrief.

Heb je nog vragen? Neem contact op via 078 77 77 97 of info@steunpuntmantelzorg.be.

Wil je na het lezen van deze blogpost graag professionele zorg inschakelen? Dan kan je terecht bij onze collega’s van i-mens via 078 15 25 35 of www.i-mens.be

Ode aan de mantelzorger

Onderstaande tekst is van de hand van Glenn Van Sinay, verpleegkundige van opleiding, schrijver van jeugdboeken en maatschappelijk geëngageerde columns onder de noemer De MensenZijde.

Hij keek naar zijn handen alsof ze niet meer van hem waren.

Handen die ooit voeten masseerden, natte washandjes uitwrongen,

die haar lichaam keer op keer teder aaiden,

alsof hij iets breekbaars droeg dat niet mocht vallen.

De patatten kookten nooit over. Zijn zorg ook niet.

Zijn vrouw had kanker.

En hij week geen seconde van haar zijde.

Op goede dagen gingen ze naar buiten.

Naar de kinderen, de kleinkinderen, de lucht.

Zij zette haar pruik op en lachte als een koningin met een kroon die haar strijd verborg.

Op slechte dagen droeg ze een muts.

Ze gaf over, huilde stille tranen, verloor zichzelf in pijn.

Tot haar schaamte plaste ze in haar broek.

En toch bleef hij.

Niet uit plicht, maar met zachtheid die nergens ondertekend stond.

Zonder ooit de hoop los te laten dat het leven weer haar kant zou kiezen.

Tot de stilte kwam.

Geen adem meer. Geen geroep in de nacht.

Geen lijstjes met pillen op de koelkastdeur.

Ze had gestreden tot het uiterste.

Maar de pijn, stil en genadeloos, nam het over.

Zijn vrouw was gestorven.

En met haar verdween zijn ritme, zijn rol, zijn reden.

Wat blijft er over van iemand die alles gaf?

Niet omdat het moest, maar omdat liefde hem bewoog.

Niet uit plicht, maar omdat zijn hart haar vasthield .

Hij is geen uitzondering.

Er zijn duizenden zoals hij.

Vrouwen. Mannen. Kinderen zelfs.

Die hun eigen leven opvouwen als een trui die niet meer past,

om het leven van een ander warm te houden.

Zonder applaus. Zonder loon. Zonder iets terug te verwachten.

Maar met een hart dat klopt op het ritme van andermans pijn.

Met liefde die blijft geven, ook wanneer alles al gegeven is.

Liefde die niet verdwijnt bij ziekte,

maar zich pas toont wanneer de hoop schraal wordt.

Liefde die sterven kent, en toch kiest voor leven.

Mantelzorgers zijn geen randfiguren.

Zij zijn de kern.

De reden dat velen nog ademen, nog durven slapen,

nog weten dat ze ertoe doen.

Zij zijn de hand in het donker,

de adem naast een ziekbed,

de herinnering van wat vergeten dreigt te worden.

We zouden hen moeten eren zoals men helden eert.

Niet met lintjes, maar met erkenning.

Niet met bedankjes, maar met ademruimte.

Niet met protocollen, maar met medemenselijkheid.

Een mantelzorger draagt twee levens tegelijk.

En soms, als het ene leven sterft,

blijft hij achter met dubbel zoveel leegte.

Dit is geen klaagzang.

Dit is een buiging.

Voor wie zorgt in stilte.

Voor wie aanwezig is zonder zichtbaar te zijn.

Voor wie zichzelf vergeet om iemand anders te laten bestaan.

Ode aan de mantelzorger.

U hield iemand vast tot aan het einde.

En  alles wat u gaf,

blijft in liefde leven.

Open brief aan de regering

Geachte Premier De Wever,

Met interesse lazen we op 4 juli het bericht op vrt nws (Raad van State geeft oppositie gelijk over uitzondering voor mantelzorgers bij hervorming werkloosheidsuitkeringen | VRT NWS: nieuws) dat de Raad van State geen reden ziet om geen uitzondering te voorzien voor werkloze mantelzorgers in de hervorming van de werkloosheidsuitkering.

Als mantelzorgvereniging die meer dan 22.000 leden vertegenwoordigt in Vlaanderen en Brussel en een bereik heeft van meer dan 100.000 mantelzorgers op jaarlijkse basis, willen we met klem het belang van een dergelijke uitzondering benadrukken.

De vrijstelling mantelzorg voor werklozen wordt door een erg beperkte, maar kwetsbare groep mantelzorgers aangevraagd. Het zijn mensen die een bijzonder zware zorgsituatie hebben: de zorg voor een kind met een handicap (onder 21 jaar), een zwaar zorgbehoevend gezins- of familielid of een persoon in een palliatieve situatie.

In 2024 ging het slechts over een totaal van 574 personen. Een ruime meerderheid van deze groep zijn vrouwen. 71 procent als je de 3 groepen samenneemt. In de groep van werkloze mantelzorgers die zorgen voor een kind met een handicap (onder 21 jaar) gaat het zelfs over 93 procent vrouwen.

De uitkering die zij ontvangen in het kader van deze vrijstelling is bijzonder laag. Het gaat over 15,01 euro per dag (geldend vanaf 1.2.2025 en wordt geïndexeerd) voor de eerste 24 maanden van de vrijstelling. Vanaf de 25e maand (in het geval van de zorg voor een zwaar zorgbehoevende of kind met een handicap) ontvangt de werkloze mantelzorger nog slechts 12,19 euro per dag.

De vrijstelling is op heden al beperkt in de tijd. Voor palliatieve zorg kan ten minste 1 en maximum 2 maand een vrijstelling verkregen worden. Voor de zorg voor een kind met een handicap of voor een zwaar zorgbehoevende kan de vrijstelling gekregen worden voor minimum 3 en maximum 12 maanden. De termijn kan meermaals verlengd worden, maar de samengevoegde tijd mag niet meer zijn dan 48 maanden.

Bovendien blijkt uit onderzoek dat mantelzorgers in een zware zorgsituatie erg veel uren zorg opnemen. Uit de Zorgenquête, afgenomen in Vlaanderen in 2021,1 blijkt dat 19 procent van de mantelzorgers 10 tot 20 uur per week zorg opneemt, 11 procent tussen de 21 en 60 uur per week en 3 procent zelfs meer dan 60 uur. Het lijkt ons evident dat mantelzorgers die 30, 40, 50, 60 of zelfs meer uren zorg per week opnemen dit niet kunnen combineren met een job in loonverband of het zoeken ernaar op de arbeidsmarkt.

We willen er U bovendien aan herinneren dat het federale regeerakkoord spreekt over een betere ondersteuning van mantelzorgers en een versterking van hun statuut en rechten. De uitzondering voor mantelzorgers op de hervorming van de werkloosheidsuitkering is een belangrijke stap om deze bepaling van het regeerakkoord te realiseren en te streven naar een brede en structurele ondersteuning van alle Belgische mantelzorgers.

We staan steeds ter beschikking om verder in gesprek te gaan.

Met vriendelijke groeten,

Karin Van Mossevelde – Voorzitter Steunpunt Mantelzorg

Jannie Hespel – Secretaris Steunpunt Mantelzorg

Naomi De Bruyne – Coördinator Steunpunt Mantelzorg

Als zorgen zwaar wordt: zo voorkom je mentale overbelasting

Wie langdurig voor een ander zorgt, draagt vaak een onzichtbare last met zich mee. Je zorgt, regelt, denkt vooruit en staat altijd klaar. Maar wat is de impact daarvan op jouw eigen gezondheid? Niet alleen fysiek, maar ook mentaal? Tijdens de Europese Week van de Mentale Gezondheid staan we graag even stil bij de mentale belasting van mantelzorgers.

De stille druk van constante zorg

Mantelzorg stopt niet wanneer je de deur uitgaat. Het is geen taak die je eenvoudig afvinkt. Uit cijfers blijkt dat 55,5% van de mantelzorgers de zorg als emotioneel belastend ervaart – een realiteit die vaak onder de radar blijft. De mentale belasting van mantelzorg zit dan ook vaak in wat niemand ziet:

  • Je bent voortdurend alert – ook ’s nachts of als je met iets anders bezig bent.
  • Je denkt mee, plant vooruit en anticipeert: “Wat als de situatie verergert?”, “Is de thuisverpleging op tijd gekomen?” of “Als ik vandaag niet naar de apotheker ga, dan zitten we overmorgen zonder medicatie.”
  • Zelfs als je fysiek niet aanwezig bent, draait je hoofd overuren.

Dat voortdurende ‘aan’ staan put uit. Het vraagt constante mentale energie, vergelijkbaar met wat mensen ervaren in zeer stressvolle beroepen – alleen komt er bij mantelzorg ook nog een diepe emotionele betrokkenheid bij kijken.

De emotionele realiteit van mantelzorg

Mantelzorg raakt aan de kern van wie je bent: je doet het uit liefde, betrokkenheid en loyaliteit. Naast die warmte kunnen er ook gevoelens naar boven komen die je liever niet laat zien – of waar je zelf van schrikt:

  • Schuldgevoelens: omdat je je moe of prikkelbaar voelt. Omdat je soms denkt: “Ik wil gewoon even niet moeten zorgen.”
  • Frustratie: omdat de zorg nooit stopt, hulp moeilijk te regelen is of omdat anderen het niet begrijpen.
  • Verdriet: om de persoon die je beetje bij beetje verliest, of om de impact op je eigen leven.

Veel mantelzorgers hebben het gevoel dat ze niet ‘mogen’ klagen. Dat het normaal is wat ze doen. Dat ze altijd sterk moeten zijn, of dankbaar. 44% van de mantelzorgers geeft dan ook aan dat ze het moeilijk vinden om hun eigen noden bespreekbaar te maken bij hulpverleners. Alsof het alleen maar over de ander mag gaan, maar jij telt ook.

Mentale veerkracht: geen superkracht, maar noodzaak

Veerkracht is een term die de laatste jaren steeds populairder wordt, maar vaak nog aan betekenis moet inboeten. Zo wordt het vaak omschreven alsof je “gewoon moet doorgaan” of “jezelf niet moet aanstellen”, maar dat is een misverstand.

Mentale veerkracht is niet hetzelfde als altijd sterk zijn. Het is wél het vermogen om terug te veren nadat het moeilijk is geweest. Om op tijd stil te staan, bij te sturen en bij te tanken.

Veerkracht betekent ook:

  • Herkennen dat het te veel is en iets aanpassen.
  • Erkennen dat je gevoelens er mogen zijn.
  • Durven zeggen: “Ik heb hulp nodig.”

Mantelzorg vraagt mentaal uithoudingsvermogen, maar ook mildheid. Zorg dragen voor jezelf is geen egoïsme. Het is wat je nodig hebt om ook zorg te kunnen blijven geven aan anderen.

5 tips om deze week op te oefenen:

  1. Plan hersteltijd in
    Zet een afspraak in je agenda zoals je dat doet met eender welke afspraak. Even wandelen, muziek luisteren, ademen of gewoon niets moéten. Het mag iets klein zijn, maar je moet het wel bewust doen.
  2. Praat over wat je voelt
    Zoek iemand bij wie je écht open kunt zijn. Een vriend(in), een lotgenoot of een psycholoog. Delen verlicht, letterlijk.
  3. Wees mild voor jezelf.
    Je hoeft het niet perfect te doen. Je mag moe zijn. Je mag even geen zin hebben. Je bent een mens en geen robot.
  4. Zoek (en aanvaard) hulp.
    Informeer bij je gemeente, het ziekenfonds, thuishulp- of mantelzorgorganisaties. Soms is er meer ondersteuning mogelijk dan je denkt. Je hoeft het niet alleen te dragen.
  5. Luister naar je lichaam.
    29,3% van de mantelzorgers ervaart fysieke belasting. Vermoeidheid, rugpijn, hoofdpijn en slapeloosheid zijn mogelijke signalen van overbelasting. Negeer ze niet.

Tot slot: geven en ontvangen gaan hand in hand.

Als mantelzorger ben je het gewoon om te geven: het geven van je tijd, je energie en je hart. Om te kunnen blijven geven is het echter belangrijk dat je ook ontvangt: rust, steun en waardering. Laat deze week een uitnodiging zijn om stil te staan. Om te voelen hoe het écht met je gaat en wat jij nodig hebt.

In de komende blogs zullen we verder ingaan op concrete thema’s van zelfzorg: hoe je met schuldgevoelens omgaat, hoe je eenzaamheid herkent en hoe je een netwerk opbouwt. In onze vorige blogs deelden we al belangrijke tips rond financiële ondersteuning en verlofstelsels, thema’s die ook bijdragen aan een zorgeloos hoofd.

Wil je op de hoogte blijven van het nieuws over mantelzorg? Word dan gratis lid en ontvang onze nieuwsbrief.

Heb je nog vragen? Neem contact op via 078 77 77 97 of info@steunpuntmantelzorg.be.

Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.