Wat is er veranderd aan het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood?

Ben jij mantelzorger van of ben je zelf een 66-plusser met gezondheidsproblemen en een beperkt inkomen? Dan is het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood misschien iets waar je al mee in aanraking bent gekomen of binnenkort mee te maken krijgt. Sinds 1 maart 2026 is er een belangrijke wijziging doorgevoerd in de manier waarop dit budget wordt berekend. We leggen het graag uit.

Wat is het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood?

Het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood is een financiële tegemoetkoming van de Vlaamse overheid die via de zorgkas van je ziekenfonds wordt toegekend. Het is bedoeld voor mensen van 66 jaar en ouder die door gezondheidsproblemen extra zorg nodig hebben én over een beperkt inkomen beschikken. De grootte van het bedrag dat men kan ontvangen, hangt af van de zorgzwaarte en het inkomen.

Om te bepalen hoe zorgbehoevend iemand is, werkt de Vlaamse overheid met een officieel meetinstrument.

Wat verandert er?

Tot voor kort werd de zorgbehoefte vastgesteld aan de hand van de zogeheten medisch-sociale schaal. Vanaf 1 maart 2026 stapt de Vlaamse overheid over op een nieuw instrument: de BelRAI-screener.

Dit instrument is niet volledig nieuw, want het wordt al gebruikt om te bepalen of iemand recht heeft op het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden. De Vlaamse overheid wil één en hetzelfde systeem gebruiken voor alle tegemoetkomingen binnen de Vlaamse Sociale Bescherming. Dat moet de aanvraagprocedure eenvoudiger, duidelijker en transparanter maken. Het onderzoek gebeurt niet langer door een erkende controlearts, maar door een medewerker van een dienst voor gezinszorg, het OCMW of de Dienst Maatschappelijk Werk van jouw ziekenfonds

Voor wie geldt de verandering, en wanneer?

De overgang naar de BelRAI-screener gebeurt stapsgewijs, en niet voor iedereen tegelijk.

  • Je ontvangt nog geen zorgbudget: Vraag je voor het eerst een zorgbudget aan, of dien je een herzieningsaanvraag in? Dan wordt jouw zorgnood vanaf 1 maart 2026 automatisch ingeschaald via de BelRAI-screener. Let wel: bij een herziening is het voortaan ook mogelijk dat je in een lagere zorgcategorie terechtkomt dan voorheen. Dat is een nieuw element ten opzichte van de vroegere werkwijze.
  • Je ontvangt al een zorgbudget op basis van de medisch-sociale schaal: Ontvang je al een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood, toegekend voor onbepaalde duur? Dan verandert er voorlopig niets aan jouw situatie. Je behoudt het bedrag dat je nu ontvangt. De keerzijde is echter dat je op dit moment geen herziening kunt aanvragen, ook niet als de zorgnood ondertussen is toegenomen. Dat betekent dat jouw budget voorlopig niet mee kan stijgen als je meer zorg nodig hebt.

    Had je een inschaling voor bepaalde duur? Dan krijg je na het aflopen daarvan automatisch een nieuwe beoordeling, ditmaal via de BelRAI-screener.
  • Je woont in een woonzorgcentrum: Bewoners van een woonzorgcentrum krijgen automatisch een zorgcategorie toegewezen (categorie 4 of 5). Toch moet je het zorgbudget zelf aanvragen, ook als je in een woonzorgcentrum verblijft. Het woonzorgcentrum helpt daar doorgaans bij.

Wat als de zorgnood is toegenomen, maar je geen herziening kunt aanvragen?

Dit is een pijnpunt waar ook wij als Steunpunt Mantelzorg aandacht voor hebben. Wie al een zorgbudget ontvangt op basis van de vroegere medisch-sociale schaal, zit momenteel in een situatie waarbij de financiële steun niet kan meegroeien met de noden. Verschillende organisaties vragen de bevoegde minister om hier een oplossing voor te voorzien.

Vragen of hulp nodig?

Heb je vragen over jouw situatie of weet je niet zeker of jij of de persoon voor wie je zorgt recht heeft op een zorgbudget? Dan kan je terecht bij de dienst Maatschappelijk Werk van de mutualiteit of het OCMW.

Hilde is mantelzorger en verliest haar uitkering: “En nu zeggen ze: trek je plan”

Vanaf 1 januari zullen naar schatting bijna 194.000 mensen hun  werkloosheidsuitkering verliezen. Ook Hilde Tips is één van hen. Hilde is moeder van vier, grootmoeder van vijf en al acht jaar mantelzorger van haar echtgenoot Johan. Vanaf juli verliest ze haar werkloosheidsuitkering. “Ik voel mij bedrogen,” zegt ze. “Niet alleen als mantelzorger, maar als mens.”

Hilde (61) woont samen met haar man Johan (64) die lijdt aan frontotemporale jongdementie. Ze zorgt voltijds voor haar man. “Ik help hem met wassen, aankleden en eten,” klinkt het. “Ik heb jaren in de thuiszorg gewerkt, dus ik doe dat allemaal zelf. Hij wil nog geen professionele hulp inschakelen, maar ik weet dat ik op termijn niet anders zal kunnen. Maar tegelijk ben ik ook gewoon zijn partner. Ik heb de grootste verantwoordelijkheid in zijn zorgsituatie. Dat maakt het zwaar. Gelukkig ben ik goed omringd door vrienden en familie die af en toe voor opvang zorgen. Mijn zoon woont nog thuis, en na zijn werk kan ik ook zijn hulp inschakelen.”

Medisch ontslag

Hilde werkte twintig jaar in de thuiszorg, tot ze na een arbeidsongeval aan haar rug medisch ontslag kreeg. Ze liet zich herscholen tot administratief medewerker en vond een bureaujob bij een dienstenchequebedrijf. Vijf jaar later volgde opnieuw een medisch ontslag, deze keer door problemen met haar nek en rechterarm. “Ik heb altijd willen werken,” benadrukt ze. “Maar mijn lichaam liet het niet meer toe.”

Na een traject bij de VDAB kreeg ze een attest dat ze niet toeleidbaar was tot de arbeidsmarkt. Dat betekende dat ze voor een periode van twee jaar niet meer moest solliciteren, omdat haar medische problemen te zwaar waren om nog een job te vinden. “Elke twee jaar werd ik opnieuw gecontroleerd,” zegt Hilde. “Mijn situatie verslechterde, maar nooit zei iemand dat ik terug moest gaan werken. Integendeel: ze bevestigden telkens opnieuw dat het niet meer ging en verlengden mijn attest.”

Door de beperking van de werkloosheidsuitkering verliezen mensen met een attest zoals Hilde eveneens hun uitkering. Er wordt federaal gewerkt aan een apart stelsel voor deze groep om hen beter te ondersteunen, maar tot op heden is daar nog niets over bekend. “Dat statuut is gewoon afgeschaft,” zegt ze. “Zonder gesprek, zonder alternatief. Je komt met je rug tegen de muur te staan omdat ze geen begrip hebben voor je situatie.”

Jongdementie

De ziekte van haar man begon jaren voor de officiële diagnose, toen hij nog werkte als vrachtwagenmechanieker. “Achteraf zie je pas dat de signalen er al veel vroeger waren,” vertelt Hilde. “Hij werd trager, maakte fouten en zijn karakter veranderde. Hij werd ook heel passief en had minder empathie. Eerst dachten ze aan een depressie of burn-out.”

Medicatie hielp tijdelijk, maar de problemen bleven. Uiteindelijk volgde de diagnose: frontotemporale jongdementie. Johan moest zijn job opgeven en werd erkend als invalide tot aan zijn pensioenleeftijd. Vandaag is hij sterk afhankelijk van Hilde. “Zelf initiatief nemen lukt niet meer,” zegt ze. “Het eten kan op tafel staan, maar als ik niet zeg dat hij moet komen, dan komt hij niet. Elke actie, hoe klein ook, vraagt een commando.”

Zijn ziekte is voor buitenstaanders vaak onzichtbaar. “Hij praat goed, herkent iedereen en kan nog gesprekken voeren over zijn werk of zijn hobby’s. Mensen die hem niet kennen, merken soms niets. Maar thuis zie je alles.”

Partner en mantelzorger tegelijk

De relatie tussen Hilde en Johan is fundamenteel veranderd. “Vroeger beslisten we alles samen,” zegt ze. “Nu sta ik er alleen voor. Als ik hem iets vraag, zegt hij altijd: ‘Dat is goed’. Ik mis dat klankbord. Dat maakt mij vaak onzeker.”

Zijn empathisch vermogen is grotendeels verdwenen. “Hij voelt niet aan hoe ik mij voel,” zegt Hilde. “Soms ziet hij mij eerder als zijn ‘gendarme’. Ik moet hem dingen verbieden die gevaarlijk zijn, en zijn geld beheren zodat hij niet overgaat tot impulsaankopen. Hij heeft hierdoor ook geen bankkaart meer.” Toch blijft ze zoeken naar menselijkheid en verbinding. “We doen nog kleine dingen samen: eens naar toneel, een concert of een daguitstap met de trein. Dat zijn de momenten waarop ik ademhaal. Maar net die momenten dreigen nu te verdwijnen.”

Financiële onzekerheid

Vanaf juli valt Hilde haar uitkering weg. Ze komt zelf niet in aanmerking voor invaliditeit, want haar arbeidsongeval telt niet mee in de berekening en haar andere aandoeningen halen samen geen 66% arbeidsongeschiktheid. “Werken is onmogelijk, zowel fysiek als praktisch”, zegt ze. “Ik kan geen job combineren met de zorg voor Johan. Dat is gewoon niet realistisch. We zullen onze levensstijl sterk moeten aanpassen. Niet meer op vakantie en besparen op alles wat ‘extra’ is. En dat zijn net de dingen die het leven draaglijk maken. Ik ben bang dat zelfs een koffie gaan drinken straks niet meer kan. Wat voor leven houd je dan nog over?”

Hilde begrijpt dat er bespaard moet worden vanuit de regering. “Iedereen moet iets inleveren, daar heb ik geen probleem mee,” zegt ze. “Maar moet dat echt op kap van mensen die het al zo moeilijk hebben? Weten zij wel wat dit betekent voor mantelzorgers?” Ze denkt aan ziekenhuisrekeningen, extra zorgkosten of onverwachte uitgaven. “Wij hebben heel ons leven gewerkt om onze kinderen te kunnen laten studeren. We hebben geen grote spaarpot.”

Het mantelzorgstatuut noemt ze ‘een lege doos’. “Je krijgt een officiële erkenning als mantelzorger, maar er hangt amper iets aan vast. Als partner kan je hier niet van weglopen. Mijn thuis is de plek waar ik mantelzorger ben. Dat heeft een enorme impact. Je kan niet even ontsnappen.”

Lotgenoten

Wat haar recht houdt, zijn mensen om haar heen. Vrienden, haar kinderen en lotgenoten. Hilde is vrijwilliger bij de Alzheimerliga en actief in het inloophuis in Mol. “Daar kan ik iets positiefs koppelen aan het negatieve verhaal van dementie,” zegt ze. “En Johan kan altijd mee, dat maakt het draaglijk. Mijn grootste advies aan andere mantelzorgers is: zoek contact met mensen die in dezelfde situatie zitten. Dat heeft mij gered.”

Toch kijkt ze met angst naar de toekomst. “De kleine ontspanningsmomenten dreigen weg te vallen. Ze hebben mij ooit gezegd dat ik niet meer kon werken, dat ik niet meer moest solliciteren. En nu zeggen ze: trek je plan. Dat is wat mij het meest raakt. Dat is geen beleid dat mensen beschermt.”

Vacature: Steunpunt Mantelzorg zoekt jou

Steunpunt Mantelzorg is een mantelzorgvereniging met een kritische en betrokken stem in het maatschappelijk debat over de haalbaarheid, relevantie en noodzaak van mantelzorg.  We bouwen duurzame partnerschappen op om te werken op drie strategische niveaus: sensibiliseren, informeren & verbinden en belangenbehartiging.  

1. Sensibiliseren - erkenning  

Wij maken mantelzorg zichtbaar en bevorderen het maatschappelijk bewustzijn over de waarde en uitdagingen van mantelzorg. De eerste stap naar herkenning en erkenning start bij een brede sensibilisering over het thema mantelzorg. Dit doen we door: 

  • De brede samenleving te informeren en mantelzorg te verankeren in het maatschappelijk debat.  
  • Mantelzorgers te helpen zichzelf te herkennen in hun rol, zodat zij hun noden en behoeften kenbaar kunnen maken.  
  • De zorgsector te sensibiliseren over het belang van mantelzorgers als volwaardige partners in de zorg. We ondersteunen zowel mantelzorgers als professionele zorgverleners in een constructieve samenwerking.  
  • Het (hoger) onderwijs bewust te maken van de specifieke noden van jonge, studerende mantelzorgers. We stimuleren hen om een structureel ondersteuningsbeleid uit te werken voor jonge, studerende mantelzorgers.  
      

2. Informeren en verbinden  

Wij zijn een aanspreekpunt voor mantelzorgers en iedereen die met mantelzorg te maken krijgt. We zorgen ervoor dat mantelzorgers goed geïnformeerd zijn over hun rechten en de beschikbare ondersteuning. Dit doen we via:  

  • Vormingen, praatgroepen, sociale media, een gratis nieuwsbrief en een toegankelijke website.  
  • Efficiënte en correcte doorverwijzing naar gepaste hulp en ondersteuning.  
  • Het creëren van ontmoetingsmomenten waar mantelzorgers bij elkaar (h)erkenning vinden en ervaringen delen.  
  • Het versterken van sociale netwerken door mantelzorgers te verbinden met hun omgeving, zoals buren, vrijwilligers en professionele zorgverleners.   

3. Belangenbehartiging  

Wij komen op voor de rechten van mantelzorgers en wegen op het beleid op verschillende niveaus: lokaal, Vlaams, federaal en Europees. Onze inzet omvat:  

  • Het adviseren en ondersteunen van overheden en lokale besturen bij het ontwikkelen en implementeren van een effectief mantelzorgbeleid.  
  • Het stimuleren van participatie van mantelzorgers in beleidsprocessen, zodat hun stem gehoord en meegenomen wordt in beslissingen die hen aanbelangen.  

Wij zoeken 

Wij zoeken leden voor de Algemene Vergadering om samen met het Bestuursorgaan en de directie de strategische lijnen van Steunpunt Mantelzorg uit te zetten en de uitwerking te begeleiden. 

  • Je voert een kritisch-constructieve dialoog met de andere leden, bestuurders en directie over het beleid van Steunpunt Mantelzorg. 
  • Je waakt, adviseert en draagt bij aan de besluitvorming over de strategische doelen van Steunpunt Mantelzorg en de operationele invulling ervan. Je hebt hierbij geen tegenstrijdige of persoonlijke belangen.  
  • Je bent een ambassadeur voor onze organisatie in je eigen netwerk.  
  • Je beoordeelt plannen en keurt budgetten goed.  
  • Je controleert de organisatie op zakelijk-financieel, formeel-juridisch, bestuurlijk en deontologisch vlak. 

Jouw profiel 

  • Je hebt ervaring als mantelzorger. Je wil je inzetten om impact te realiseren voor andere mantelzorgers, zodat zij zich erkend en ondersteund voelen.  
  • Je hebt ervaring in juridische of bestuurlijke aangelegenheden en zakelijk of financieel leiderschap. 
  • Je voert geen actief politiek mandaat uit.  
  • Je kan je identificeren met de doelstellingen en het gedachtengoed van Steunpunt Mantelzorg en bent bereid de statuten te onderschrijven. 

Wij bieden 

  • De Algemene Vergadering komt minimum 1 keer per jaar samen. Er is een juridisch – formeel gedeelte, gekoppeld aan een informatief, inspirerend en ontspannend gedeelte.  
  • Het mandaat is onbezoldigd, maar de kosten die je maakt in kader van je mandaat worden terugbetaald.  

Hoe kandideren?  

Bezorg ons voor 30 april jouw kandidatuur via  info@steunpuntmantelzorg.be, gericht aan onze voorzitter Karin Van Mossevelde. In je CV en motivatiebrief lezen we graag vanuit welke ervaring en motivatie je wil bijdragen aan Steunpunt Mantelzorg.  

Het bestuur bespreekt en beslist over de voordracht van de kandidaturen, mogelijks op basis van een verkennend gesprek. De effectieve benoeming gebeurt door de Algemene Vergadering. Bij aanduiding wordt rekening gehouden met de kwaliteiten en vaardigheden en onderlinge complementariteit in expertise en ervaring, ongeacht gender, seksuele geaardheid, afkomst, geloof, leeftijd of handicap 

Voor meer informatie over de vacature of de werking van Steunpunt Mantelzorg kan je terecht bij de coördinator, Naomi De Bruyne, via naomi.debruyne@steunpuntmantelzorg.be of 078 77 77 97.   

Wanneer ouders zorg nodig hebben: het leven van een jonge mantelzorger

Op een zonnige namiddag in december ontmoet ik L. aan de UHasselt. Ze is 21 jaar en zit in het tweede jaar van haar rechtenstudie. “Dat was eigenlijk niet het plan,” klinkt het. “Ik wou criminologie of psychologie studeren, maar na een proefles rechten was ik helemaal verkocht. Na het middelbaar had ik echt nood aan stimulerend en uitdagend onderwijs, en dat vond ik hier helemaal in terug.”

L. combineert haar studie met de zorg voor haar moeder én vader. “Maar eigenlijk ben ik al mijn hele leven een jonge mantelzorger,” zegt ze. “Normaal zorgen ouders voor hun kinderen, maar bij ons was het vanaf het begin omgekeerd.”

Op kot, maar nooit ver weg

L. woont op kot in Hasselt, maar in het weekend keert ze terug naar huis. “Als ik thuis zou wonen, zou het gewoon niet lukken om te studeren. Ik zou geen moment voor mezelf hebben of ruimte om mijn examens voor te bereiden. Daarom zit ik op kot, anders kon ik dat niet combineren “

L. heeft een oudere broer van 26 jaar en haar ouders zijn gescheiden. Haar moeder heeft verschillende depressies gehad en haar vader kampt met ernstige hartproblemen. “We houden van elkaar, maar het is niet altijd een gezonde gezinsdynamiek geweest,” zegt L. eerlijk. “Ik ga in het weekend iets meer naar mijn moeder dan naar mijn vader, omdat het moeilijker is om tegen mijn moeder te zeggen dat ik niet kom. Mijn vader begrijpt het beter, maar allebei verwachten ze dat ik er ben.”

In het weekend doet ze boodschappen voor hen, gaat ze naar de apotheek en doet ze het huishouden. “Maar het grootste deel is mentale steun geven,” legt ze uit. “Er voor hen zijn, luisteren en hen door moeilijke momenten heen helpen. Vooral de hulp die mijn moeder nodig had, kwam vaak bij mij terecht. Ik moest luisteren naar haar verhalen, haar geruststellen als ze angstig was en haar helpen als ze vastliep in haar gedachten. En dat al vanaf dat ik zelf nog maar een kind was.” Maar L. is ook het eerste aanspreekpunt en de contactpersoon van beide ouders. “Als de psycholoog van mijn moeder haar niet kan bereiken, dan bellen ze mij. Alsof ik de tussenpersoon ben tussen mijn moeder en de hulpverlening. En toen mijn vader tijdens de examenperiode in het ziekenhuis terechtkwam, belden ze mij om alles te bespreken. Dat voelt soms wel raar, want ik ben hun dochter en niet hun begeleider.”

Jonge verantwoordelijkheid

Toen L. 17 was, kreeg haar moeder een beroerte. “Plots was alles anders. Ik was letterlijk een soort moeder voor mijn eigen moeder. Ik zorgde ervoor dat ze at, dat ze haar medicatie nam en dat ze niet de hele dag in bed bleef liggen. Terwijl mijn leeftijdsgenoten zich druk maakten over hun examens of uitgaan, zat ik te bellen met dokters en hulpverleners. En ik moest mijn rijexamen er door afzeggen. Iets wat ik tot op de dag van vandaag nog niet opnieuw heb ingepland.”

De situatie bij haar vader was niet minder zwaar. In 2020 kreeg hij een hartstilstand. “Mijn broer en ik hebben hem gereanimeerd. Ik was toen 16 jaar. Ik had nog maar pas op school geleerd hoe je dat moest doen, en plots doe je het op je eigen vader. Mijn vader heeft het overleefd, en daar ben ik ontzettend dankbaar voor. Het heeft wel iets met mij gedaan, maar het heeft me ook laten zien dat ik in een crisis kan handelen. Ik kan sterk zijn als het moet.”

L. was altijd de contactpersoon voor het ziekenhuis, ondanks dat haar broer ouder is. “Ik weet niet waarom dat zo gegaan is, maar ik was degene die belde, die vragen stelde en die beslissingen hielp nemen. Ik heb zelfs samen met mijn vader zijn testament opgesteld, voor het geval dat. Dat je daar op je 18de mee bezig bent… Dat is niet iets wat een doorsnee tiener of twintiger meemaakt. Ik ben me er wel van bewust dat het voor velen niet ‘normaal ‘is, maar tegelijk is het ook een soort van normaal voor mij geworden. Ik ken niet anders.”

“Normaal zorgen ouders voor hun kinderen, maar bij ons was het vanaf het begin omgekeerd.”

Een onmogelijke combinatie

De combinatie van mantelzorg en studeren is zwaar. Ze herinnert zich een moment tijdens de examenperiode toen haar vader in coma lag in het ziekenhuis. “Ik ben elke avond met de auto naar Leuven gereden vanuit Hasselt, terwijl ik eigenlijk moest blokken voor mijn examens. Ik kon maar een kwartiertje blijven omdat de bezoektijd beperkt was. Ik heb toen gebeld met de studiedienst om te vragen wat ik moest doen, want ik ging zo niet slagen. Er waren niet echt opties buiten het examen twee weken later maken, maar dan was mijn vader mogelijks nog niet uit het ziekenhuis. Ik heb toen besloten om een vak te laten vallen. Ik had geen andere keuze. Het voelde wel degelijk aan als falen, ook al weet ik rationeel dat het niet zo is.”

Meer flexibiliteit zou welkom zijn, al beseft L. dat dit niet altijd makkelijk is. “Toen mijn vader in het ziekenhuis lag heb ik mijn professor gemaild met de vraag of ik uitstel kon krijgen voor een taak die die week af moest. Hij zei dat dat niet mogelijk was en dat hij geen uitzonderingen kon maken. Ik vond dat echt verschrikkelijk, want het voelde alsof mijn situatie niet serieus genomen werd. De universiteit gaat ervan uit dat school je grootste prioriteit is, en zo wordt het hele traject ook opgesteld. Je moet beschikbaar zijn, je moet gemotiveerd zijn en je moet presteren, maar het houdt geen rekening met studenten die ook nog andere verantwoordelijkheden hebben. Ze bedoelen het niet slecht, maar ze begrijpen gewoon niet dat er momenten zijn waarop school niet op de eerste plaats kan komen.”

Op advies van haar eigen psycholoog probeert L. minder naar huis te gaan en grenzen te stellen door wat afstand te nemen. “Na elk bezoek was ik helemaal uitgeput, niet alleen fysiek maar vooral mentaal. Het zijn ook soms de kleine dingen die zwaar wegen. Momenten waarop je net helemaal in je boeken zit, en dan breekt die andere wereld plots binnen. Dan moet je switchen van student naar mantelzorger. Dat kost energie, meer dan mensen denken.” En toch staat ze hier, met een voorzichtige glimlach. “Ik zit in mijn tweede jaar rechten, ik haal goede punten en ik heb vrienden gemaakt. Soms vergeet ik dat even, maar als ik terugkijk op de afgelopen jaren, dan ben ik eigenlijk best wel trots op mezelf. Niet iedereen zou dit volhouden.”

Tussen schaamte en openheid

De vriendengroep van L. is op de hoogte van haar zorgsituatie. “Ik ben hier heel open over tegen de meeste mensen. Vooral over de situatie met mijn moeder, daar praat ik gemakkelijker over dan over mijn vader.” Toch zit er ook schaamte. “Ik kan mijn vrienden niet meenemen naar huis. Het is geen verzorgde woning en geen huiselijke omgeving waar je trots op bent. Ik had een tijdje geleden een korte romantische relatie en ik durfde hem niet mee te nemen naar huis. Ik dacht: hoe kan ik die persoon ooit voorstellen aan dit alles?”

Ze ziet het verschil met anderen dagelijks. “Er zijn studenten die thuis in de watten gelegd worden tijdens examens. Ouders die snacks brengen naar hun kot, die ontspanning plannen na de examens of die alle zorgen uit handen nemen zodat hun kind zich alleen maar moet focussen op studeren. Die hele dynamiek van ‘ouders zorgen voor kinderen’ die voor hen zo vanzelfsprekend is, heb ik nooit gekend. Het is niet dat ik jaloers ben, maar het voelt soms wel erg oneerlijk. Dan voel ik me soms wel verdrietig dat ik dat gemist heb.”

Toch zijn er ook lichtpuntjes. Haar vrienden zijn een belangrijk steunpunt geworden. “Ik heb een hele fijne vriendengroep gevonden die me echt begrijpt. Ze vragen hoe het gaat, ze accepteren het als ik moet afzeggen, en ze weten wanneer ik gewoon afleiding nodig heb en wanneer ik moet praten. Zo’n vangnet is goud waard.”

“De regering is aan het besparen op zorg, op ondersteuning en op alles wat mensen zoals ik en mijn ouders nodig hebben. Dat maakt mij bang.”

Op eigen benen staan

De universiteit heeft een mantelzorgstatuut, maar L. heeft het niet aangevraagd. “Ik weet niet precies wat het inhoudt en welke voordelen of ondersteuning je krijgt. Ik ben redelijk perfectionistisch en ik wil niet het gevoel hebben dat ik zwakker ben of meer hulp nodig heb dan anderen. Mantelzorg heeft mij heel zelfstandig gemaakt, waardoor ik het gevoel heb dat ik op een manier toch controle heb over mijn situatie. Al vraag ik me soms af of ik mezelf niet tekort doe door die hulp niet te vragen.”

L. moet haar studie zelf financieren. Haar vader is met pensioen en haar moeder heeft geen inkomen naast de alimentatie die ze ontvangt. “Ik krijg wel een studietoelage, en daar ben ik dankbaar voor, maar ik heb het voorbije jaar voornamelijk geleefd van mijn spaargeld. Ondertussen heb ik een studentenjob, maar dat komt er natuurlijk weer bovenop.”

L. maakt zich dan ook vaak zorgen over de toekomst, vooral met de besparingen die de regering doorvoert. “De regering is aan het besparen op zorg, op ondersteuning en op alles wat mensen zoals ik en mijn ouders nodig hebben. Dat maakt mij bang. Straks is er nog minder hulp beschikbaar, en dan valt alles op mij. Het zou gewoon heel erg helpen als ik me geen zorgen moest maken om geld, zodat ik me kan focussen op mijn studie en niet constant moet kiezen tussen mijn toekomst en hun welzijn.”

Eigen gezondheid op de tweede plaats

“Mijn eigen gezondheid komt vaak op de tweede plaats,” geeft L. toe. “Afspraken voor mezelf worden uitgesteld of afgezegd voor afspraken van mijn ouders. Als mijn moeder naar de dokter moet en ik ook een afspraak heb, dan ga ik met haar mee en verzet ik de mijne. Dat lijkt logisch op het moment zelf, maar achteraf denk ik: waarom doe ik dat? Waarom is hun gezondheid belangrijker dan de mijne?”

Ze heeft het laatste jaar geregeld last van migraine, maar naar de dokter gaan blijft moeilijk. “Het is heel moeilijk om naar de dokter te gaan als niemand je daarbij begeleidt. Dat klinkt misschien gek voor iemand van 21, maar als je altijd de zorgverlener bent geweest, dan vergeet je hoe je zelf hulp moet vragen. Dan voelt het bijna egoïstisch om tijd te nemen voor je eigen klachten. Ik weet dat ik die migraine serieus moet nemen, maar telkens als ik wil bellen voor een afspraak, dan bedenk ik honderd redenen waarom het nu niet kan. Omdat ik moet studeren, omdat mijn moeder me nodig heeft of omdat het toch wel weer over zal gaan. En zo schuif je het voor je uit, tot het echt niet meer gaat.”

“Maar ik heb er ook veel door geleerd,” klinkt het. “Ik heb geleerd dat ik veel aankan. Ik ben ontzettend zelfstandig geworden, ik kan goed omgaan met stress en ik kan plannen en organiseren zoals weinig mensen van mijn leeftijd dat kunnen. Ik ben empathisch en ik zie dingen die anderen niet zien. Als iemand in nood is, dan merk ik dat. Dat is ook iets moois, denk ik. Het is niet alleen maar negatief.”

“Ik ben verantwoordelijk en sta sterker in mijn schoenen dan veel van mijn leeftijdsgenoten. Ik kan dingen aan die anderen nog nooit hebben hoeven doen. Dat maakt me misschien anders, maar ook bijzonder.”

Een toekomst tussen verdriet en opluchting

Als L. over de toekomst praat, klinkt er een mix van verdriet, opluchting en schuldgevoel. “Natuurlijk wil ik mijn ouders erbij hebben bij grote gebeurtenissen in mijn leven. Mijn afstuderen, misschien mijn huwelijk ooit of kinderen als ik die krijg. Ik wil dat ze daar deel van uitmaken en dat ze trots op me zijn. Maar tegelijk… als ze er niet meer zijn, dan hoef ik me daar tenminste geen zorgen meer over te maken. Ik weet dat dat een heel vreemde gedachte is om te hebben over je eigen ouders. Soms schaam ik me daarvoor. Maar een deel van mij kijkt uit naar een toekomst waarin ik niet meer verantwoordelijk ben voor hun welzijn, waarin ik gewoon mijn eigen leven kan leiden zonder constant te moeten zorgen.”

Ondertussen bouwt L. aan haar eigen toekomst en die van anderen. Ze is activiste en betrokken bij een studentenorganisatie. Vanuit de universiteit organiseert ze een collectieve blok: een week studeren op verplaatsing mét overnachting, speciaal voor studenten die dat thuis niet kunnen. “Er wordt voor hen gekookt, er is structuur en rust… en dat allemaal voor een lage prijs. We willen het toegankelijk houden. En studenten die het echt niet kunnen betalen, krijgen een aangepast tarief omdat anderen die het zich kunnen veroorloven een beetje extra geven.”

Het is haast ironisch: terwijl L. al haar hele leven voor anderen zorgt, blijft ze manieren zoeken om nóg meer voor anderen te betekenen. Door haar mantelzorgervaring weet ze precies wat mensen nodig hebben. “Zorgzaamheid is een hele mooie eigenschap, en daar ben ik ook trots op. Ik ben verantwoordelijk en sta sterker in mijn schoenen dan veel van mijn leeftijdsgenoten. Ik kan dingen aan die anderen nog nooit hebben hoeven doen. Dat maakt me misschien anders, maar ook bijzonder.”

Ze wil anderen inspireren en ondersteunen. “Ik wil echte veranderingen doorvoeren en een verschil maken. Klinkt dat cliché? Misschien wel, maar ik meen het. Ik weet hoe het voelt om alleen te zijn in je problemen, om niet gezien te worden. Ik denk dat wat me drijft is dat ik wil bewijzen dat je niet alleen maar je omstandigheden bent. Ja, ik ben jonge mantelzorger. Maar ik ben ook rechtenstudent, activiste, vriendin en dochter op een andere manier. Ik ben meer dan alleen dat label.”

Hoe overleef je als mantelzorger de feestdagen?

De feestdagen worden vaak voorgesteld als een tijd van afronden, vieren en samen zijn. Voor mantelzorgers is het soms iets anders. Niet per se slechter, maar complexer. Zorg neemt geen vrijaf, ook niet tussen Kerst en Nieuw. Ze laat zich niet pauzeren omdat er een menu is samengesteld of omdat iemand vindt dat “we het toch wat gezellig moeten maken”.

Wat deze periode typeert, zijn tegenstrijdige gevoelens. Je kan blij zijn met samen zijn en tegelijk verlangen naar stilte. Je kan dankbaar zijn en toch verlangen naar meer. Je kan houden van iemand en ondertussen beseffen dat jullie nog weinig gemeenschappelijk hebben. Wat het extra moeilijk maakt, is dat deze periode weinig ruimte laat voor nuance. Wat al zwaar was, wordt niet lichter omdat er lichtjes hangen.

Het eindejaar legt alles wat er al was extra bloot. Veel mantelzorgers herkennen het: je wil het goed doen. Voor de ander, voor de familie en voor het moment. En ergens ook voor jezelf. Tegelijk bots je op grenzen die niet altijd zichtbaar zijn voor de buitenwereld. Vermoeidheid valt meer op wanneer anderen energie lijken te hebben. Gemis weegt zwaarder wanneer herinneringen zich vanzelf opdringen. En verwachtingen — die van anderen, maar ook die van jezelf — komen opvallend graag samen rond een mooi gedekte tafel.

Verwachtingen — die van anderen, maar ook die van jezelf — komen opvallend graag samen rond een mooi gedekte tafel.

Daarbovenop komt de rolverwarring: je bent mantelzorger, maar ook partner, kind, familielid, gastheer of -vrouw. Je probeert aanwezig te zijn, terwijl een deel van je hoofd voortdurend bezig is met mogelijke crisisscenario’s. Ontspannen lukt dan ongeveer even goed als je broeksknoop dichthouden na die 27 kroketten van bij het hoofdgerecht.

Er is ook het vergelijken. Met hoe anderen het lijken te beleven, of hoe het vroeger misschien was. Met een beeld van ‘normale feestdagen’ dat niet past bij jouw leven. Dat kan verdriet oproepen, of irritatie, of een vaag gevoel van gemis dat moeilijk te benoemen is. En vaak volgt daar schuldgevoel op: ik zou toch dankbaar moeten zijn, ik mag me niet zo voelen.

Maar misschien hoeven de feestdagen geen moment te zijn waarop alles klopt. Misschien is het net een periode waarin de tegenstrijdigheid zichtbaar wordt. Waar liefde en weerstand naast elkaar bestaan. Waar zorgen en verlangen botsen. Niet omdat je tekortschiet, maar omdat zorg dragen complex is.

Misschien volstaat het om te erkennen dat deze dagen meer vragen dan ze geven – en dat we dat er elk jaar opnieuw bij nemen.

Van daaruit kan voorzichtig ruimte ontstaan voor mildheid. Door verwachtingen iets lager te leggen. Door niet alles te willen dragen. Door kleine momenten van rust toe te laten, zonder ze te moeten verdienen. En door jezelf niet te beoordelen op hoe ‘feestelijk’ je deze periode doorkomt.

Misschien hoeft er niets opgelost te worden. Geen groot inzicht, geen nieuwe balans. Misschien volstaat het om te erkennen dat deze dagen meer vragen dan ze geven – en dat we dat er elk jaar opnieuw bij nemen.

Eindejaarboodschap

Terugblikken doen we met veel dankbaarheid. Voor alles wat jij als mantelzorger elke dag doet. Vaak in stilte, maar met een groot hart. Vooruitkijken doen we met hoop. Naar een jaar waarin zorg gedragen wordt, niet alleen gegeven.
Heel het team van Steunpunt Mantelzorg wenst je rust, erkenning, ontspanning en verbondenheid in het nieuwe jaar.

Karin Van Mossevelde, voorzitter van Steunpunt Mantelzorg

Met het nieuwe jaar in aantocht wil ik als voorzitter van Steunpunt Mantelzorg onze waardering uitspreken voor jullie onmisbare rol in de zorg. Jullie zijn geen zorg naast de zorg. Jullie zijn een essentieel onderdeel van hoe wij samen menselijke zorg realiseren. Dankzij jullie betrokkenheid, nabijheid en inzet krijgt zorg haar ware, menselijke karakter. We wensen jullie een jaar vol erkenning, kracht en momenten van rust.

————————————-

Naomi Debruyne, coördinator Steunpunt Mantelzorger

Mag 2026 een jaar zijn waarin jouw zorg gezien wordt, jouw stem gehoord, en jouw kracht erkend. Wij blijven opkomen voor jouw rechten, delen wat jou versterkt en maken mantelzorg zichtbaar. Jij zorgt voor anderen. Wij zorgen voor jou.

————————————-

Pieter Vanreybrouck, expert mantelzorg bij Steunpunt Mantelzorg

Ik wens iedereen een ontspannend en warm eindejaar. Geniet van elkaar en neem zeker de tijd om tot rust te komen in deze gezellige maar soms ook heftige dagen. Ik wens jullie allemaal een jaar vol humor, liefde, ontspanning, zelfzorg en een goede gezondheid! Zorg goed voor jezelf en elkaar.

————————————-

Laura Massoels, expert mantelzorg bij Steunpunt Mantelzorg

Ik wens iedereen een mooi en warm eindejaar. Dat 2026 een jaar mag zijn vol hoop en begrip. Een jaar waarin we durven kiezen voor ons eigen welzijn, terwijl we ook een hand uitreiken naar anderen. Een jaar waarin liefde telkens opnieuw overheerst.

————————————-

Francis De Koning, administratief medewerker bij Steunpunt Mantelzorg

Voor 2026 wensen we je tijd om te dromen, te rusten en te genieten van kleine dingen. Je hoeſt niet altijd sterk te zijn: ook zachtheid is een vorm van kracht. Moge je dat dit jaar ten volle voelen.

————————————-

Nesla Calik, administratief medewerker bij Steunpunt Mantelzorg

Je mag trots zijn op wat je doet als mantelzorger. Maar vergeet ook niet goed voor jezelf te zorgen. Kleine momenten van rust kunnen al heel veel betekenen. Wees mild voor jezelf, gun jezelf ontspanning en laat jezelf steun en troost toe wanneer je het nodig hebt.

Verlies, verdriet en het leven weer oppakken: Anna May vertelt over rouw

Jongvolwassen zijn is gewoonlijk een tijd van ontdekking en kansen. Een tijd om fouten te maken en om je te amuseren. Mijn tienerjaren en eerste jaren als twintiger waren mijlenver verwijderd van deze zorgeloze verwachtingen. Ik probeerde mee te zijn met alle dingen die mijn vrienden deden, maar ik werd ook geconfronteerd met rouw om mijn broer die overleed toen ik een kind was en om mijn vader, die overleed toen ik studeerde. Rouw kan ons op elke leeftijd treffen en de gevoelens die het oproept zijn herkenbaar voor zowel jongere als oudere mensen. 

Nadat ik zag hoe moeilijk het was om steun te krijgen toen ik studeerde, richtte ik het Student Grief Network op. Het is een organisatie in het Verenigd Koninkrijk die sensibiliseert over rouw in universiteiten. In dit artikel deel ik een aantal zaken die ik geleerd heb over rouwen als jongvolwassene, vanuit mijn eigen ervaring en vanuit gesprekken met honderden andere jongvolwassenen. Veel van wat ik deel, kan ook herkenbaar zijn voor mensen van oudere leeftijden. 

Wat is rouw? 

Het is moeilijk om te definiëren en anders voor iedereen. Veel mensen denken dat rouw wil zeggen dat je je verdrietig voelt en de persoon mist maar het is vaak complexer. Het kan een breed spectrum aan emoties oproepen: woede, angst, schuldgevoel… Soms kan je je zelfs helemaal verdoofd of emotieloos voelen. Het kan ook ons lichaam beïnvloeden en bijvoorbeeld hoofdpijn of spijsverteringsproblemen veroorzaken of onze slaap en energieniveau aantasten. Rouw kan ook onze dagelijkse routines, onze relaties, onze identiteit en ons hele perspectief op de wereld beïnvloeden. Deze gevoelens en lichamelijke reacties kunnen ervaren worden door mensen van alle leeftijden. 

Rouwen als jongvolwassene 

Rouw gaat vaak samen met grote veranderingen in je leven, zoals studeren, je eerste job, relaties aangaan en je ouderlijk huis verlaten. In een tijd van onzekerheid (je bent niet langer een kind, maar ook nog niet volledig gevestigd als volwassene) kan rouw specifiek desoriënterend en eenzaam zijn. Leeftijdsgenoten focussen op het bouwen van hun toekomst. Rouwende jongvolwassenen proberen zich wegwijs te maken in een wereld die plots en pijnlijk is veranderd. 

Jongvolwassenen zitten in een fase van het leven waar we normaal gezien verkennen wie we zijn: onze passies, waarden, relaties en ambities. Maar rouw kan allesoverheersend aanvoelen. We zijn dan vooral bezig met het verwerken van grote emoties, nieuwe verantwoordelijkheden en veranderingen in familiedynamieken en vriendschappen waardoor er weinig ruimte is om het leven te verkennen en ervan te genieten. 

Meestal zijn we de eerste van onze leeftijdsgenoten die met verlies geconfronteerd worden. Dat kan oneerlijk of alleen aanvoelen. Vaak stellen we ons vragen zoals ‘waarom ik?’ of ‘waarom nu?’. Het voelt ook alsof we te snel volwassen moeten worden en het zorgeloze, speelse deel van onszelf moeten achterlaten. Het voelt alsof mensen ons niet begrijpen, omdat ze doorgaan met hun ‘normale’ leven en waardoor we soms jaloezie, frustratie of gebrek aan verbinding voelen. 

Na het verlies van een dierbaar persoon merken veel jonge mensen dat ze angstiger worden, bijvoorbeeld over de toekomst, de gezondheid en veiligheid van anderen. Soms voelen ze zich alsof ze steeds wachten op de volgende nare gebeurtenis, waardoor het moeilijk is om los te laten en te genieten van het leven. Anderen reageren juist anders en laten zich gaan in een meer spontane houding, vanuit het geloof dat ‘het ergste al gebeurd is’ en de wil om iets van het leven te maken. 

We moeten geen positieve kanten vinden in rouw (soms is het gewoon afschuwelijk), maar tegelijk zeggen veel mensen dat ze door rouw en verlies meer empathie hebben, hun relaties sterker en hun prioriteiten helderder zijn. 

Er is geen juiste of foute manier om te rouwen. Iedereen is anders en er is geen boek met regels of een handleiding om je je beter te doen voelen. Het vraagt tijd. Maar het is mogelijk om een gelukkig en betekenisvol leven op te bouwen, ondanks alles wat er is gebeurd. En nog belangrijker: vergeet niet dat je niet alleen bent. 

Tips voor iedereen 

  • Praat met iemand die je vertrouwt, stap voor stap. 
  • Zoek herkenning bij anderen: je bent niet de enige. 
  • Voel geen verplichting om alles te delen; neem de tijd die je nodig hebt. 
  • Vind andere uitlaatkleppen zoals schrijven, tekenen, bewegen of muziek. 

Meer info (Engels) over het Student Grief Network: www.studentgriefnetwork.co.uk 

(Schilderwerk van Anna May: toont aan hoe rouw bij haar evolueerde over de tijd – van donker naar meer kleuren). 

Schuldgevoel als schaduw van mantelzorg: hoe veerkracht kan helpen

“Ik voel me schuldig als ik een uurtje voor mezelf neem.”
“Ik twijfel of ik wel de beste zorg geef.”
“Als ik het niet doe, dan doet niemand het.”
“Wat als ik er zelf niet meer ben…”

Het zijn gedachten die veel mantelzorgers herkennen. Schuldgevoel sluipt haast vanzelf binnen in het leven van wie langdurig voor een ander zorgt. Het lijkt de schaduwkant van hun zorgzaamheid: hoe groter het engagement, hoe zwaarder soms de last van dat knagende gevoel.

De vele gezichten van schuldgevoel

Schuldgevoel bij mantelzorgers gaat vaak verder dan de vraag of ze ‘de juiste beslissing hebben gemaakt’.
Het gaat ook over:

  • Het gevoel altijd tekort te schieten. Tussen werk, gezin, huishouden en zorg lijkt het alsof er nooit genoeg uren in een dag zitten. Wat je ook doet, het voelt alsof het nooit helemaal voldoende is.
  • Het gevoel er alleen voor te staan. Veel mantelzorgers voelen dat zij de enigen zijn die écht goede zorg kunnen geven. Tijd nemen voor zichzelf voelt dan alsof ze iemand in de steek laten. En wat als zij er zelf niet meer zijn?
  • Het gevoel niet goed genoeg te zijn. Ben ik wel geduldig genoeg? Had ik dit anders moeten aanpakken? Onzekerheid kan snel omslaan in zelfkritiek.

Deze gedachten zijn menselijk en begrijpelijk, maar ze vergroten de draaglast aanzienlijk. Schuldgevoel is een emotionele rugzak die bovenop de praktische en mentale taken van mantelzorg komt.

Draagkracht versus draaglast

Mentale gezondheid draait vaak om het evenwicht tussen draaglast (alles wat zwaar weegt) en draagkracht (alles wat je helpt sterk te blijven staan). Wanneer schuldgevoel voortdurend meespeelt, voelt de last dubbel zo zwaar.

Daarom is het zo belangrijk om de draagkracht te versterken. Niet door nóg meer te doen, maar door jezelf toe te staan om ook zorg te dragen voor je eigen welzijn. Want hoe beter een mantelzorger zich staande kan houden, hoe duurzamer en krachtiger de zorg die hij of zij biedt.

Samen veerkrachtig

Het thema van de 10-daagse van de geestelijke gezondheid dit jaar is ‘Samen veerkrachtig’. Dat raakt de kern van mantelzorg: je hoeft het niet alleen te dragen.

Veerkracht groeit in verbinding. Wanneer mantelzorgers hun gevoelens kunnen delen met familie, vrienden of lotgenoten, verliezen gevoelens van schuld of schaamte vaak wat van hun scherpte. Ook een klein gebaar van erkenning – een luisterend oor, een “dank je wel” – kan wonderen doen.

Samen veerkrachtig betekent ook mild zijn voor jezelf. Weten dat perfect zorgen niet bestaat, maar dat goede zorg begint bij een zorgzame houding naar jezelf toe.

Tips om schuldgevoel te verlichten:

  • Geef je grenzen aan. Het is oké om bepaalde taken uit handen te geven of af te bakenen. Dat is een manier om je draagkracht te bewaken.
  • Herinner jezelf eraan: zelfzorg = goede zorg. Door goed voor jezelf te zorgen, bied je stabielere en meer liefdevolle zorg aan de ander.
  • Durf te delen. Schuldgevoel wordt lichter als je er woorden aan geeft en merkt dat je niet alleen bent.
  • Wees mild. Niemand kan 24/7 alles perfect doen. Goed genoeg is vaak al méér dan genoeg.

Wil je op de hoogte blijven van alle nieuws over mantelzorg? Word dan gratis lid en ontvang onze nieuwsbrief.

Heb je nog vragen? Neem contact op via 078 77 77 97 of info@steunpuntmantelzorg.be.

Gedicht van een mantelzorger

AFSCHEID 

Ik wist dat Lewy Body niet geneest

En het is voor ons beiden soms heel zwaar geweest

Ook dat het steeds erger met je werd wist ik wel

Maar het einde kwam nog verrassend snel.

Door een stomme val kwam je in het ziekenhuis terecht

Dat werd je laatste gevecht

Ik wou je nog niet kwijt

Maar voor jou was het tijd

Ik heb je nog naar huis gebracht

En daar ben je in ’t holste van de nacht

stilletjes heengegaan…….

en plots was het allemaal gedaan.

Wat witte asse op het groene gras

Is alles wat er nog van je was

Maar de wind neemt je mee in de lucht

voor je laatste vrije vlucht

de wijde wereld in…..

helemaal naar je zin.

De ziekte, de zorg, het stille verlies, ’t was zwaar en duurde lang

We waren dikwijls triest, boos en bang

En nu ik niet meer sterk moet zijn,

voel ik me zo leeg met alleen maar pijn.

Want al viel er een zware last van mijn schouder,

mijn leven werd alleen maar kouder

Er is geen jij en ik meer, dus ook geen WIJ

Mijn wereld is uit evenwicht, helemaal slagzij.

Nu ik je niet meer kan vasthouden,

begint eigenlijk het echte rouwen.

En tijd kruipt vliegend, of vliegt kruipend voorbij

Ik tel de maanden en elke dag erbij

Veel mooie herinneringen zijn goed,

omdat je daarmee verder moet.

Maar ze verergeren alleen maar het gemis

omdat al dat mooie er nu écht niet meer is

We hebben het samen zó goed gehad.

En nu vallen mijn tranen in een leeg gat.

Tranen voor mijn lief dat er niet meer is

En voor mijn eigen vreselijke gemis.

Ik houd je nog vast…..

 

De zorgpremie stijgt in 2026. Wat betekent dat voor jou?

De Vlaamse regering verhoogt volgend jaar de zorgpremie die elke Vlaming boven de 25 jaar jaarlijks betaalt. Ze stijgt van 64 naar 100 euro – of van 32 naar 35 euro voor wie recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming. Maar wat is een zorgpremie eigenlijk? En waarom betaal jij daarvoor?

De zorgpremie bestaat sinds 2001. Het is geld dat de overheid, via de de zorgkas en de mutualiteiten, gebruikt om financiële steun te bieden aan mensen met een speciale zorgnood. Ruim 4,7 miljoen mensen betalen elk jaar de zorgpremie en meer dan 300.000 zorgbehoevende mensen worden hier elke maand mee versterkt. Dit kadert in de Vlaamse sociale bescherming.

De zorgpremie wordt gebruikt voor de uitbetaling van 3 verschillende zorgbudgetten:

  • Zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden – €140/maand
  • Zorgbudget voor 65+ met een zorgnood (en een beperkt inkomen) – afhankelijk van inkomensschaal
  • Zorgbudget voor mensen met een handicap – €300/maand

Het bedrag van de zorgpremie is de voorbije jaren al meermaals gestegen, maar dit is ook nodig om de zorgbudgetten te kunnen blijven uitbetalen met de vergrijzing van onze maatschappij.

Waarom betaal ik daarvoor als ik dat zelf niet nodig heb?

Door de vergrijzing komen er steeds meer ouderen en mensen met een zorgnood bij en dit brengt veel kosten met zich mee. De zorgpremie past in het beeld van een solidaire maatschappij, waarin we samen de zorg voor elkaar opnemen. Daarnaast is de kans heel groot dat je het zorgbudget ooit wel nodig zal hebben.

“De stijging van de zorgpremie blijft niet zonder kritiek, maar moet zorg toegankelijk en betaalbaar houden voor ouderen, mensen met een zorgnood of handicap. Ik vind het een teken van solidariteit met de meest kwetsbaren in budgettair uitdagende tijden. Maar vergeet niet: we worden collectief ouder, onze zorgnoden complexer en de professionele zorg kampt met personeelstekorten. De vraag blijft dus: hoe creëren we een solidair en performant systeem om zorg morgen en in de toekomst mogelijk te blijven maken? Ook die werf dient verder aangepakt te worden.”

Karin Van Mossevelde, voorzitter Steunpunt Mantelzorg

Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.