Gedicht van een mantelzorger

Mijn vrouw leeft in het nu

 

Mijn vrouw leeft in het nu, 
Soms vind ik dat een beetje cru.

Haar gedachten bezigen één enkel moment, 
En dat is iets wat nooit, nooit went.  

Iedere stonde, elke dag weer, 
Het gelijkt gewoontjes, ik relativeer. 

Ieder dierbaar moment beleeft ze in het nu, 
Zo gaat dat altijd maar door, continu. 

 Schat wat eten we vandaag, 
Is een steeds weerkerende vraag.

 Toch vertel je het haar elke keer, 
Elk kwartier opnieuw, zo ongeveer.

 Haar ‘nu’ heeft altijd heel korte tellen, 
Haar toekomst kan je zo voorspellen. 

 Maar ook het verleden is weg, 
Dit hoeft geen verdere uitleg.

 Maar mooi is mijn leven als ze bij me is, 
Even niet samen is voor haar een groot gemis. 

 In mijn hoofd bewaar ik een uitvoerige bib, 
Met fijne herinneringen, sommigen met rode stip. 

 Dat is wat een portie liefde met je doet, 
Liefde brengt flinkheid en veel moed. 

Voor haar ben je ’t klokje rond paraat, 
Omdat je als vanzelfsprekend in de ander opgaat.

Staf Horemans