Interview met Eva Van der Linden, auteur van het kinderboek: ‘Waarom Greet zoveel vergeet’.

Voorstelling kinderboek: 'Waarom Greet zoveel vergeet'

We gingen in gesprek met Eva Van der Linden, auteur van ‘Waarom Greet zoveel vergeet’.
In haar boek benadrukt ze het belang van het bespreekbaar maken van dementie bij kinderen. Het boek neemt lezers mee op een ontdekkingsreis met Toon, een basisschoolleerling, en Greet, zijn 65-jarige buurvrouw. Op een laagdrempelige manier leren kinderen via het samenlezen wat dementie inhoudt.
 

Kan je jezelf voorstellen? 

Samen met mijn man en twee tieners woon ik al 10 jaar in Mortsel. Ik werk ondertussen 17 jaar in een woonzorgcentrum, waar ik me bezighoud met administratieve taken, het onthaal en diverse andere verantwoordelijkheden. Een van mijn grote passies is het schrijven van boeken. ‘Waarom Greet zoveel vergeet’ is mijn achtste boek en het eerste over dementie. Eerder heb ik al geschreven over autisme, het Gilles de la Tourette-syndroom, en zelfs twee kookboeken. 

Wat inspireerde je om een kinderboek te schrijven over dementie? 

 Het idee om dit boek te schrijven ontstond tijdens de coronaperiode, toen ik nauw contact had met families van bewoners in het woonzorgcentrum. Geïnspireerd door hun verhalen en in lijn met mijn eerdere kinderboeken, besloot ik dit nieuwe werk te schrijven. Mijn doel is om kinderen op een toegankelijke manier te informeren en bij te dragen aan begrip, bewustwording en openheid over dementie voor jonge lezers. 

Kan je mij wat meer vertellen over het verhaal en de hoofdpersonages in “Waarom Greet zoveel vergeet”? 

Het boek is geschreven voor kinderen in het basisonderwijs en is een ‘samen leesboek’. Dit betekent dat kinderen het boek samen met de ouders, grootouders, of met de leerkracht kunnen lezen. Elk hoofdstuk bevat enkele vragen om het gesprek op een laagdrempelige manier te stimuleren. 

De hoofdpersonages zijn Toon, leerling basisonderwijs, en Greet, zijn 65-jarige buurvrouw. Gedurende het verhaal merkt Toon op dat er iets niet klopt. Greet begint dingen te vergeten, zoals het bedienen van haar koffiemachine. Toon besluit hierover vragen te stellen aan Greet haar dochter Lene, die ook zijn juf is. Door deze uitleg ontdekt de lezer stap voor stap wat dementie inhoudt. Het boek bevat ook citaten van kinderen die in contact komen met iemand met dementie, aangevuld met informatie van experts.  

Hoe heb je geprobeerd om dementie op een begrijpelijke en laagdrempelige manier aan kinderen uit te leggen in je boek? 

Ik heb gebruik gemaakt van mijn verbeeldingskracht. Zo heb ik bijvoorbeeld de overdracht van boodschappen in de hersenen voorgesteld als vrachtwagens die over snelwegen rijden. Als de snelwegen beschadigd raken, kunnen de vrachtwagens de boodschappen niet meer overbrengen van het ene naar het andere deel van de hersenen. Deze uitleg is op kindermaat en zeer visueel uitgelegd. 

Wat is de belangrijkste boodschap of leermoment dat je hoopt dat kinderen uit je boek halen als het gaat om de omgang met personen met dementie? 

In mijn boek benadruk ik dat personen met dementie veel vergeten, maar dat hun gevoel blijft hangen. Bijvoorbeeld, een compliment kan snel vergeten worden, maar het goede gevoel blijft vaak langer. Een belangrijke tip voor kinderen is zich bewust te zijn van dit aspect. 

Het boek bevat leuke voorbeelden om met iemand met dementie om te gaan, zoals betekenisvolle activiteiten. Ik leg de nadruk op het belang van focussen op wat de persoon nog kan. Werken met geuren, muziek of foto’s van vroeger kan gelukkige en herkenbare momenten creëren. 

De focus ligt op positiviteit, zonder de realiteit uit het oog te verliezen. 

Welk advies heb je voor ouders die dit onderwerp willen bespreken met hun kinderen?  

Voor ouders die het onderwerp dementie met hun kinderen willen bespreken, is het belangrijk om het niet uit de weg te gaan. Het is nuttig om kinderen op de juiste manier te informeren, uiteraard aangepast aan hun leeftijd en begripsniveau. Als je kinderen niet correct informeert, zullen ze zelf een verhaal vormen, wat niet altijd de juiste interpretatie is. 

Zijn er in de toekomst nog plannen om boeken te schrijven? 

Hoewel de plannen nog niet concreet zijn, is de kans zeer groot dat er in de toekomst nog meer boeken zullen volgen. Mijn interesse in het thema dementie blijft hoog, dus het volgende boek zou zich waarschijnlijk meer richten op volwassenen.  

Waar kunnen ze de boeken kopen? 

Je kan het boek in de boekhandel vinden of je kan het ook online bestellen. 

Nieuwe publicatie: “Troost bij verlies”

We hebben nieuws!

Dankzij de financiering van P&V ontwikkelden Coponcho en Steunpunt Mantelzorg een nieuw schrijf-doe-en denkboekje! “Troost bij verlies” is er voor mantelzorgers en hun naasten die geconfronteerd worden met rouw en verlies tijdens en na de zorg. Het boekje helpt inzicht te krijgen in het eigen rouwproces en het bevat waardevolle tips en hulplijnen om stappen vooruit te zetten naar herstel en het herontdekken van zin en betekenis. Daarnaast vind je er info over praktische regelingen na een overlijden.

Je kan als mantelzorger het boekje eenvoudig GRATIS aanvragen via deze link.
Je kan de boekjes telefonisch bestellen via 078 77 77 97 of via info@steunpuntmantelzorg.be.

Aan externe organisaties vragen we een bijdrage van € 1,5 per exemplaar.

Hemelrijk: een boek over mantelzorg, corona en … een sint.

In gesprek met schrijver Chris De Stoop.


Achtergrond: Chris De Stoop, schrijver van beroep en ex-journalist bij weekblad Knack. Schreef een boek over de corona-uitbraak in woonzorgcentrum Hemelrijck na een sinterklaasfeest. In het boek blikt hij ook terug naar zijn periode als mantelzorger voor zijn moeder.

‘Guido (de echte naam van de sint, want hij wil dat de mensen de waarheid kennen) werd door Hemelrijck gevraagd om sinterklaas te spelen. Hij had dit vroeger al meerdere keren gedaan. Hij was mantelzorger voor zijn moeder, bewoonster in het woonzorgcentrum. Guido was een voorbeeld van een toegewijde, zorgzame mantelzorger. In die mate zelf dat het woonzorgcentrum hem had gevraagd om vrijwilliger te worden. Van opleiding is hij ergotherapeut, hij zag het als zijn eerste liefde om te kunnen zorgen voor oudere mensen.

Maar toch werd hij, samen met het personeel en directie van het woonzorgcentrum, onterecht aan de schandpaal genageld door de corona-uitbraak. De media had nood aan een schuldige en bleef het beeld van de sint als superverspreider benadrukken. Iemand moest de zondebok zijn voor het hele gebeuren. Dat leek perfect samen te komen in het verhaal van de sint en het woonzorgcentrum.

Maar het tegendeel is waar. De toewijding, de zorg en de bovenmenselijke inzet van het personeel en directie zijn in alle verslagen erkend en eensluidend positief over de manier hoe ze de crisis hebben aangepakt en na enkele weken hebben bedwongen.. Het verhaal is dus veel genuanceerder en dat wordt door alle experten toegegeven.’

Wat heeft je getriggerd om het boek ‘hemelrijk’ te schrijven?

‘Er was nog niemand die beschreven had hoe het is om in zo’n woonzorgcentrum te wonen, om zo’n epidemie over je heen te krijgen en om dan na 30, 40… doden de rug weer te rechten en door te gaan. Ik wilde dat doen vanuit het gezichtspunt van de mantelzorger. Heel concreet vanuit Guido (de sint) zijn ervaring. Maar ook vanuit mijn standpunt als mantelzorger. Ik ben 8 jaar mantelzorger geweest voor mijn moeder.

Ik wou een beeld schetsen, van iets dat wereldwijd gebeurde en wat heel wat levens gekost heeft. Het was zeker één van de donkerste gebeurtenissen in onze recente geschiedenis. Iets dat ik wou opschrijven. Niet om grote literatuur prijzen mee te winnen maar om erkenning en troost te bieden aan mensen. Dat was mijn grootste doel met dit boek.’

Vind je dat er te weinig aandacht is gegaan naar de mensen die gestorven zijn in woonzorgcentra?

‘De meeste aandacht ging naar de ziekenhuizen, naar de helden van de intensieve zorgen. Maar de woonzorgcentra zijn achtergebleven met een stigma en een slecht imago. De zogenaamde sterfhuizen waar weinig competentie was. Terwijl de woonzorgcentra in corona juist een enorme inzet en overgave getoond hebben. De woonzorgcentra hebben zich omgevormd tot geïmproviseerde ziekenhuisjes, maar zonder bevoegde mensen, zonder materiaal, zonder de juiste opleiding… Ze werden afgesneden van mantelzorgers, van huisartsen en ze hadden veel minder toegang tot ziekenhuizen.

Er zijn meer dan 13000 bewoners van woonzorgcentra overleden door corona en het is ergerlijk hoe mensen soms reageren op deze dodentol. ‘Het zijn vaak zielige oudjes die anders wat later ook overleden zouden zijn’ heb ik vaak gelezen en gehoord. Het sterven van deze mensen wordt hierdoor geminimaliseerd. Iedereen zou liever wat later dan vroeger willen sterven. Mijn vrouw zorgt nu voor haar doodzieke moeder en ik merk elke dag hoeveel waarde je hecht aan de tijd die je nog samen kan doorbrengen.

Het is vreselijk dat er zo weinig aandacht is gegeven aan al deze doden en dat dit nu al geminimaliseerd wordt. Het zou enorm helpen in het rouwproces, van duizenden mensen, dat er voor deze mensen wel nog iets van herdenking zou komen.’

Met het verhaal over je moeder doorbreek je het negatieve stigma die rust op woonzorgcentra.

‘Klopt. Na een moeilijk begin in het woonzorgcentrum paste mijn moeder zich geleidelijk aan. Ze vond nieuwe vriendschappen maar ook een soort van nieuw cultureel leven zoals een sinterklaas bezoek. Veel mensen zeggen vaak: ‘je moet ouderen toch niet behandelen als kinderen met een sinterklaasbezoek’. Maar een sinterklaasfeest was in de jeugd van deze mensen vaak met rood aangestipt op de kalender. Ze konden toen niet gaan skiën of Netflixen zoals wij vandaag de dag doen. Dat sinterklaasfeest roept nostalgie en jeugdsentiment op. Daarom dat dit in zoveel woonzorgcentra in ere gehouden wordt.

Maar het belangrijkste: mijn moeder vond het gewone alledaagse geluk terug in het woonzorgcentrum. De goede zorg en het veilige gevoel. Mensen die zorg nodig hebben komen vaak uit een situatie van verkommering en vereenzaming. ze proberen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te wonen maar het gaat vaak gepaard met angsten, risico’s, valpartijen… Een woonzorgcentrum biedt hen opnieuw een houvast en een veilig gevoel.’

Je bent 8 jaar mantelzorger geweest voor je moeder. Hoe kijk je daar op terug?

‘Ik ben van de ene dag op de andere met mantelzorg begonnen, samen met andere familieleden. Na een fatale valpartij werd bij mijn moeder extreme osteoporose vastgesteld (botontkalking). Hierdoor genazen de breuken niet meer. Ze kon zich zelfs niet omdraaien in bed, er was geen andere mogelijkheid om haar, volledig tegen haar wil, te laten verhuizen naar een woonzorgcentrum.

Vanaf dat mijn moeder in het woonzorgcentrum verbleef, heb ik verschillende dagen per week voor haar gezorgd, terwijl onze eigen kinderen het huis nog niet uit waren – daarom noemt men ons soms de sandwichgeneratie. En dat heb ik minstens acht jaar lang gedaan. De mantelzorg was geen offer, het was een kans. Een kans om een sterkere relatie te hebben met mijn moeder. Een kans om op een natuurlijke manier afscheid te nemen. Een kans om je eigen leven zin en betekenis te geven. Het was een nieuwe wereld die voor mij open ging. Ik had nu zelfs de tijd om zoals een journalist mijn moeder te interviewen. Ik vroeg haar allerlei zaken: ‘hoe ging dat toen je jong was?’, ‘hoe ging dat toen je men vader hebt leren kennen?’, ‘Hoe deed je dat op de boerderij? Iedereen zou dat moeten doen voor het te laat is. Er kwamen ongelooflijk interessante verhalen boven die voor je eigen identiteit zeer waardevol zijn. Daar heb ik veel aan gehad.

Maar mantelzorg heeft zeker niet alleen voldoening. Verantwoordelijkheid opnemen voor je eigen moeder of vader is zeer intens. Ik vertrok geen enkele keer met tegenzin naar het woonzorgcentrum van mijn moeder, maar ik kwam heel vaak uitgeput terug.  Wie het meeste zorgt voor iemand krijgt ook vaak de grootste weerbots. Soms werd ik uitgemaakt en soms had ik ruzies. In mijn boek schreef ik een stuk waar ik wegloop van mijn moeder. Waarbij ik haar rolstoel op slot zette en de alarmknop induwde zodat er een verpleegster kwam en ik mij uit de voeten maakte. Er zijn mooie momenten maar er zijn ook moeilijke momenten. Je hebt de twee kanten van de medaille altijd samen.

Als mantelzorger heb ik op een kwaliteitsvolle manier tijd kunnen doormaken met mijn moeder in het woonzorgcentrum. Ik heb haar kunnen bijstaan en op een geleidelijke manier afscheid kunnen nemen. En dat werd tijdens corona veel mensen ontnomen.’

Hoe kijk je nu zelf aan tegen het ouder worden?

‘Als je ziet hoe tijdens de coronaperiode de ouderen geweerd werden uit ziekenhuizen, dan kan je zeggen dat ouderen niet meetellen in de maatschappij. Dat ze van weinig maatschappelijke waarde zijn. We hebben ouderen verbannen naar de rand van de samenleving.

Maar de ervaring met mijn moeder heeft voor een deel mijn angst weggenomen om af te takelen en om naar een woonzorgcentrum te gaan. Als het echt niet anders meer kan. Net zoals ik op een geleidelijke manier afscheid genomen heb van mijn moeder, zal ik op een geleidelijke manier leren omgaan met mijn toekomstige aftakeling. Ik moet nu al leven met groter worden gaten in mijn geheugen en botten die beginnen te kraken maar het valt nog allemaal erg goed mee.’

Het aangrijpend boek Hemelrijk is uitgegeven door de Bezige bij en kan je kopen in de boekhandel.