Aanmoedigingspremie voor mantelzorgers

Je kan als werknemer en erkend mantelzorger sinds 1 september 2020 verlof opnemen voor mantelzorg. Het mantelzorgverlof is een nieuw thematisch verlof zoals ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand en palliatief verlof. Neem je het mantelzorgverlof op, bijvoorbeeld omdat je voor een familielid, vriend of buur zorgt, dan kan je vanaf nu ook – zoals bij de andere thematische verloven – rekenen op een aanvullende aanmoedigingspremie van de Vlaamse Overheid.

In onze samenleving bieden mantelzorgers  de meeste zorg en ondersteuning voor een zorgvrager, vaak in tandem met professionele zorgverleners of vrijwilligers . Mantelzorgers bieden toegewijde zorg aan  een persoon met een (chronische) ziekte, handicap of een andere zorgbehoefte zodat ze  langer thuis of in de eigen omgeving kunnen blijven wonen. In Vlaanderen dragen ongeveer 600 000 mantelzorgers zorg voor één of meerdere personen.

Werk-zorg-leven balans

Dé mantelzorger bestaat niet. Mantelzorgers kunnen jong of oud, man of vrouw, laag of hoog opgeleid, werkloos of full time aan de slag zijn, enzoverder. Er zijn veel mantelzorgers die de zorg voor hun naaste combineren met hun job. Dit wil zeggen dat ze naast hun dagdagelijkse taken (bv. huishoudelijke taken, administratieve taken…) en werkuren ook heel wat tijd spenderen aan mantelzorg. Deze combinatie is allesbehalve evident en wordt door veel mantelzorgers ervaren als belastend. Als mantelzorger ben je afhankelijk van de zorgvrager (en omgekeerd). Bij alles wat je doet, hou je rekening met hem of haar. Je perkt je eigen activiteiten en bezigheden in om meer tijd vrij te maken voor de zorg van je dierbare. De tijd die je vrijmaakt, gaat vaak ten koste van andere zaken, zoals tijd voor jezelf.

“Ik heb ontdekt dat ik een goede manager ben geworden van mijn dagdagelijkse taken en zorgen. Het is elke dag plannen om alles rond te krijgen”.
Mantelzorger S.

Wanneer de zorg steeds moeilijker te combineren valt met werk en privé, dan moet je ingrijpen.  Een  optie die je in deze situatie  kan helpen: een beroep doen op mantelzorgverlof. Dit verlof laat je toe om tijdelijk te stoppen met werken of je werk te verminderen. Als je voldoet aan bepaalde voorwaarden kan je als voltijds werknemer of ambtenaar gedurende één maand, ofwel volledig ofwel twee maanden gedeeltelijk, stoppen met werken. Wie deeltijds werkt en mantelzorgverlof wil opnemen, moet wel volledig stoppen met werken. Als werknemer kan je gedurende je volledige loopbaan voltijds zorgdragen voor maximaal 6 personen en kan je dus over je volledige loopbaan maximaal 6 maanden gebruik maken van voltijds mantelzorgverlof of maximaal 12 maanden bij halftijds of deeltijds werk.

Let op!
Er zijn verschillende verlofstelsels die je kan opnemen om voor een persoon te zorgen. Deze verlofstelsels kan je niet oneindig gebruiken. Informeer en denk goed na over welk type verlof je wanneer opneemt. Meer info over mantelzorgverlof lees je hier.

Onderbrekingsuitkering

Net zoals bij de andere thematische verloven, ontvang je voor het opnemen van mantelzorgverlof een onderbrekingsuitkering. Deze zijn forfaitair (op voorhand vastgelegd) en dus niet berekend in functie van je loon. Deze uitkering krijg je van de RVA (Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening). Hoeveel de onderbrekingsuitkeringen bedraagt, kan je via deze link ontdekken.

Belangrijk om te weten:
Wanneer je mantelzorgverlof opneemt, ben je zowel bij volledige als bij gedeeltelijke loopbaanonderbreking beschermd tegen ontslag. Dit wil zeggen dat je werkgever je arbeidscontract niet eenzijdig mag beëindigen.

Aanvullende aanmoedigingspremie

Om de balans tussen werk, gezin en zorg meer mogelijk te maken kent de Vlaamse regering sinds 5 maart 2021 ook een aanvullende aanmoedigingspremie toe. Deze premie kan je krijgen bovenop de onderbrekingsuitkering van de RVA.

Meer info over de aanvullende aanmoedigingspremie: Aanmoedigingspremies | Vlaanderen.be

Meer weten?

We geven (online) vormingen over verschillende thema’s: https://steunpuntmantelzorg.be/kalender/
Volg ons op Facebook voor info en nieuws: https://www.facebook.com/steunpuntmantelzorg.be
Alle info voor mantelzorgers: https://steunpuntmantelzorg.be/voor-mantelzorgers/

Waar word jij als mantelzorger gelukkig van?

Heb je al gehoord over de geluksdriehoek? Vergelijk het met de voedings- of bewegingsdriehoek, maar dan voor geluk. Want gezondheid gaat over meer dan alleen gezonde voeding en beweging. Je mentaal welzijn en je geluksgevoel zijn minstens even belangrijk. Benieuwd hoe de geluksdriehoek jou als mantelzorger kan helpen? We zetten het voor je op een rijtje.

Veel mensen gaan op zoek naar hoe ze zich gelukkig en goed in hun vel kunnen voelen. In vreemde en onzekere tijden zoals vandaag de dag – waar het coronavirus ons leven uit evenwicht brengt – is dat allesbehalve evident. Het is ook niet altijd even duidelijk wat wel en wat niet werkt om gelukkig te zijn. Daarom heeft het Vlaams Instituut Gezond Leven alle belangrijke wetenschappelijke kennis over geluk – zoals wat is het en hoe kan je eraan werken? – verzamelt in de geluksdriehoek. Het wil zo mensen informeren en inspireren.

Je gelukkig voelen kan je voor een stuk zelf beïnvloeden.

Wetenschappelijk onderzoek leert ons steeds meer over geluk en wat ons (on)gelukkig maakt. Het gezin waarin we geboren worden, de omstandigheden waarin we opgroeien en de zaken die we meemaken, hebben een invloed op ons geluk. Iemand die er financieel slecht voorstaat, zal het moeilijker hebben om zich gelukkig te voelen. Ook mensen met gezondheidsproblemen of een ernstige ziekte voelen zich vaak minder goed in hun vel. Gelukkig zijn hangt dus voor een deel af van ‘geluk hebben’. De manier hoe mensen omgaan met een probleem of moeilijke situatie kan bepalen of ze zich meer of minder gelukkig voelen. En die manieren van omgaan met problemen kan je leren en in handen nemen.

Perfect geluk bestaat niet

Bij de start van elk nieuw jaar wensen we elkaar ‘een goede gezondheid en veel geluk’ toe. Maar daar stopt het vaak bij, alsof we schrik hebben om over geluk te praten. Of misschien weten we niet hoe we dat moeten of kunnen doen? In elk geval is geluk iets dat er niet altijd moet zijn. Constant leuke en positieve gevoelens ervaren is een utopie. Het is belangrijker om te leren hoe je aan je geluk kan werken. Want je gelukkig voelen gaat ook over het ‘ongelukkig zijn’ beheersen.

Bouwen aan geluk

De geluksdriehoek leert je hoe je kan omgaan met problemen of ongelukkig zijn en reikt manieren aan om aan je geluk te bouwen. De driehoek bestaat uit 3 bouwblokken: je goed omringd voelen, je goed voelen en jezelf kunnen zijn. Deze drie factoren hebben een grote impact op je geluk. Maar wat wil dat precies zeggen?

De eerste bouwblok is ‘Je goed omringd voelen’. Oké, af en toe alleen zijn kan deugd doen, maar over het algemeen hebben we contact met anderen nodig. Zeker als mantelzorgers is het belangrijk om naast de persoon voor wie je zorgt ook nog met anderen personen contact te hebben. Warme contacten kunnen de batterijen terug opladen en geven de kans om te troosten en getroost te worden. Je voelt je betrokken bij mensen, je kan je hart luchten en je weet dat je op hen kan rekenen in moeilijke tijden.
Tip: schrijf je in voor een digitale vorming van steunpunt Mantelzorg en omring je met mensen die net als jou zorgen voor een ander.

De tweede bouwblok gaat over ‘Je goed voelen’. Je goed voelen gaat niet alleen over het ervaren van plezier, blijdschap, vreugde, hoop… Het gaat ook over het toelaten, aanvaarden en omgaan met negatieve emoties zoals verdriet, angst en boosheid. Als mantelzorger leef je vaak in een rollercoaster van emoties waardoor ‘je goed voelen’ niet vanzelfsprekend is. Ook minder positieve gevoelens horen erbij en dragen bij tot wie je bent. Zorg wel dat ze draagbaar blijven en in balans zijn met je positieve gevoelens.
Tip: Neem een moment voor jezelf om je emoties te voelen. Noteer de zaken in je leven die je energie geven, en de zaken die energie vreten. Schrijven kan helpen om emoties te verwerken, tot rust te komen en het is een goede manier om structuur en overzicht te krijgen.

De derde bouwblok is ‘Jezelf kunnen zijn’. Hier gaat het erom dat je jezelf kunt aanvaarden en een positieve houding kunt aannemen over jezelf − ook in relaties met anderen. Je kent jezelf – Wie ben ik? Waar ben ik trots op? – . Als mantelzorger heb je véél sterktes, alleen heb je daar misschien zelf niet zo veel aandacht voor. Probeer hier af en toe aan te denken. Denk positief over jezelf en wees trots op het feit dat je het verschil maakt voor een ander.
Tip: kijk elke ochtend in de spiegel en stel telkens de vraag: wat vind ik leuk aan mezelf? Waar ben ik trots op? En wat zijn mijn sterktes?

De ‘oranje bol’ onder de driehoek (rechts) verwijst naar de gebeurtenissen en ervaringen die je uit balans kunnen brengen. We ervaren allemaal stress en tegenslagen, kleine en grote. Zoals iemand uit je omgeving die ernstig ziek wordt. Deze gebeurtenis brengt grote (onverwachte) veranderingen met zich mee en heeft een impact op je geluk. Hoe sterk je geluk te lijden heeft onder deze tegenslagen hangt voor een deel af van hoe veerkrachtig je bent op dat moment. Dit wil zeggen, het vermogen om je aan te passen aan tegenslagen en daar misschien zelfs sterker uit te komen.   

Hoe ga je aan de slag?

Wil je werken aan je geluk of wil je beter leren omgaan met de stress, angst of piekergedachten die je ervaart? Kijk dan zeker eens op www.geluksdriehoek.be. Op deze website vind je informatie over veertien thema’s waaronder: veerkracht, stress, burn-out, verlies, ouderschap, piekeren, angst… Binnen elk thema zijn eenvoudige oefeningen, filmpjes, verhalen en tips te vinden van (bekende) Vlamingen.  

Meer weten?

  • Laat je inspireren door tips en kleine gelukjes van andere mantelzorgers op deze pagina.
  • Wil je je omringen met andere mantelzorgers? Schrijf je dan in voor een vorming via deze link.
  • Info over Vlaams Instituut Gezond Leven: www.gezondleven.be.

Donderdag 28 januari: wereldgedichtendag!

Vandaag is het wereldgedichtendag. Een uitstekende gelegenheid om één van onze huisdichters én mantelzorger opnieuw aan het woord te laten. Onze huisdichter schreef een toepasselijk gedicht over de korte en donkere winterdagen waarin we ons nu bevinden. Maar tegelijk ook over het verlangen naar licht, warmte en nieuwe hoop.

Belastingvoordeel voor mantelzorgers

Vanaf 1 januari 2021 kunnen sommige mantelzorgers genieten van een verhoogde belastingvrije som. Het gaat over een uitbreiding van de bestaande regeling.

Wat is de belastingvrije som?

De belastingvrije som is het stuk van het inkomen dat sowieso van elke belastingheffing is vrijgesteld. Elke belastingplichtige in België heeft hier recht op. In het inkomstenjaar 2020 bedraagt de belastingvrije som 8.990 euro.

Bepaalde mensen hebben recht op een verhoogde belastingvrije som. Bijvoorbeeld mensen die kinderen ten laste hebben. Maar ook sommige mantelzorgers. De regering verhoogde de som van 3.270 euro vanaf 1 januari 2020 voor mantelzorgers naar 4.900 euro. Hierdoor ontsnapt een groter deel van je inkomsten aan de belastingen.

Voor welke mantelzorgers geldt de verhoogde belastingvrije som?

Deze regeling geldt niet voor alle mantelzorgers. Wie komt wel in aanmerking:

  • Mantelzorgers die zorgen voor en samenwonen met een (groot)ouder, broer of zus ouder dan 65 jaar.
  • De zorgbehoevende oudere moet minimum 9 punten hebben op de graad van zelfredzaamheid. Contacteer de Dienst Maatschappelijk Werk van je ziekenfonds voor meer info over de berekening van je zelfredzaamheidsgraad.
  • De zorgbehoevende oudere moet een beperkt inkomen hebben.

Opgelet! Deze regeling geldt niet voor mensen die samenwonen in een geregistreerde zorgwoning. Bij een zorgwoning worden jullie beschouwd als aparte huishoudens, waardoor uitkeringen en je belastingen apart berekend worden.

Meer weten?

Mantelzorggedicht: Van oud naar nieuw

Een nieuw gedicht van onze huisdichter en mantelzorger, met mooie eindejaarswensen.

Van oud naar nieuw we halen het wel
Al is ’t in ons geval geen kinderspel
Ons rugzakje is soms nogal zwaar
Doch, jawel we spelen dat wel weer klaar

En wie onder onze vleugels zitten
Mogen van ons dààr blijven klitten
Samen die winterevening over
Met feestdagen en wensen te over

Onze liefde wordt immers nooit moe
Al slaat het jaar dan zijn deurkens toe
Met een brandnieuw exemplaar voor de deur
Breken we samen elke saaiheid en sleur

Zelfs als we mekaar niet kennen
Ben ik er aan gaan wennen
We staan in onze zorg niet alleen
We hebben onze zorg zelfs gemeen!

Dus ook jij hebt van mij en knuffel verdiend
Jawel jij! Mijn onbekende vriend.

knuflolino

Over de mantelzorger die het gedicht schreef

Ze omschrijft zichzelf als iemand met een groot hart, soms te groot. Dat is medisch vastgesteld, vertrouwt ze ons toe. Altijd raakt ze je met haar liefde voor mantelzorgers. Ze schuwt daarbij de ruwe kanten van mantelzorg niet. Tegelijkertijd ontmoet je in haar gedichten een warme en lichte taal vol van poëzie en humor.

Lees haar andere gedichten:


Als Steunpunt Mantelzorg willen wij een platform bieden aan mantelzorgers om hun stem te laten horen. De standpunten en schrijfsels van gastbloggers vertegenwoordigen hun opinie en ervaring.

Mantelzorger Lieve over psychisch welzijn van ouderen en mantelzorgers

Mantelzorger en gastblogger Lieve Willems houdt een sterk pleidooi voor meer aandacht voor het welbevinden van ouderen en mantelzorgers. Ze reikt de hand naar andere mantelzorgers, zorgvoorzieningen en ouderen om samen te werken aan een inclusieve zorg en een wederkerige gelijkwaardige relatie tussen wie zorgt beleeft, ermee samenleeft en er professioneel geeft.

De standpunten in deze lezersbrief vertegenwoordigen de opinie en ervaring van de auteur van de lezersbrief. Als Steunpunt Mantelzorg willen wij een platform bieden aan mantelzorgers om hun stem te laten horen.

Lieve:

Mijn 86-jarige mama is een pientere madam die net als veel andere senioren decennia lange maatschappelijke verdienste heeft maar psychisch steeds kwetsbaarder wordt. Hoe ouder je wordt, hoe meer het risico op chronische rouw om de hoek loert: minder mobiliteit, minder gehoor, minder goed zicht, verlies van dierbaren, verlies van gezondheid, …

Door corona bloedt het hart, hoofd en lijf van senioren al sinds maart en dus ook dat van ons, hun mantelzorgers. We danken letterlijk ons leven aan onze senioren en wat blijft het akelig stil over hun kwetsbaarheid. Alsof hun kwetsbaarheid enkel gaat over Covid krijgen of niet, eraan dood gaan of niet. Want ze zijn allemaal kwetsbaarder geworden. Door Covid verliezen ze immers niet alleen hun autonomie en participatie maar ook hun netwerk.

Sommige voorzieningen hebben bedroevend weinig aandacht voor de talenten van onze senioren. Ze worden nog te vaak herleid tot “een medische risicogroep” terwijl ze naast hun beperkingen, zoveel talenten en zoveel identiteiten hebben. Dat hun welbevinden zakt, is een logisch gevolg.

Daarbij zetten nog niet alle voorzieningen massaal in op familiebetrokkenheid en de talenten van naastbetrokkenen of mantelzorgers in hun werking. Sommige voorzieningen doen dat wel gelukkig. Maar een deel van de voorzieningen houdt op bepaalde plaatsen familiebetrokkenen en bewoners in Covidtijden vooral zeer accuraat en transparant op de hoogte van besmettingen, quarantaines, veranderende bezoekpolicy en personeelsnieuws. De focus ligt op basiszorg en de medisch-biologische kant. Terwijl welbevinden ook stoelt op de interactie tussen hoofd, hart, lijf, perspectief, zingeving en betekenisvolle relaties.

Het blijft daar een existentiële mensenrechtenschending dat familieleden hun geliefde die nu extra kwetsbaar is door gebrek aan betekenisvolle relaties en contacten enkel mogen gaan empoweren als de voorziening dat toestaat. Ook omgekeerd krijgen senioren te weinig kansen om “gepast te geven” aan hun families. Want zij zijn naast zorgvragers en –ontvangers ook gewoon mensen die evenzeer willen mogen geven en aanbieden. Zij snakken terecht naar een gelijkwaardige plek naast de zorg en de mantelzorger. Ook de mantelzorger ijvert al jaren voor een gelijkwaardige plek naast de professional vanuit zijn jarenlange familiedeskundigheid en betrokkenheid.

Heel wat bewoners en hun naastbetrokkenen leven vandaag in een machtsverhouding waar de voorziening leidt en de bewoner en familie volgt. Voorzieningen bepalen zo, vaak onbewust en ongewild, het leven en samenleven van mensen volledig. Als je iemand als je broekzak kent, is het schrijnend om elkaar soms maar 25 minuten per week te zien achter glas zonder privacy. Hoe kan je een betekenisvol gesprek hebben en elkaars diepste roerselen zo beluisteren? Hoe moeten mensen met een kwetsbaarheid zich voelen? Hoe moeten wij, hun naastbetrokkenen, ons voelen?

Veel volk, veel nieuwe gezichten, veel verandering, geen perspectief… logisch dat bewoners gedesoriënteerd, opstandig of net gelaten en depressief worden. Geen wonder dat ook familieleden steeds bozer worden. Terwijl iedereen roept dat kerst moet gered worden, laten we als samenleving hùn bestaan en betekenis stilvallen.

Bij gebrek aan ankerfiguren uit hun vertrouwde omgeving, die hun geschiedenis kennen, wordt het welbevinden van heel wat bewoners en hun naastbetrokkenen schromelijk verwaarloosd.

Waar de hele sector terecht opstond voor de noden van de professionele zorgverleners, staat de bewoner en zijn familielid overal alleen.

Ik kom als mantelzorger, met ook een gezinstherapeutische pet op, met andere naastbetrokkenen voor hun rechten op, voor hun autonomie en participatie. Nog nooit werd zoveel boven de hoofden van wie kwetsbaar is en wie hen omringt, beslist. Nooit werden ze zo doodgezwegen als vandaag. Zij die ons het leven gaven, die ons de vrede brachten, die ons leerden wat rekening houden met elkaar betekent, zij die ons leerden er het beste van te maken, zij die ons, zonen en dochters en ook de kleinkinderen door heel wat levensfases loodsten, steunden en begeleidden. Ze verdienen dat wij nu voor hen vechten, voor hun autonomie, voor waar zij goed in zijn, voor hun relaties en bewegingsvrijheid, voor hun legacy.

Ook binnen de Covidvoorschriften kunnen we meer voor hen betekenen dan het keurslijf waarin menige voorziening hen, vaak uit angst, vastzet. Hun noden worden, zeker in Covidtijden, herleid tot een “kwetsbare groep die we moeten beschermen”. Maar we beschermen hen niet als hun levenskwaliteit geen betekenis en belang krijgt. Ik zie mijn mama en veel mama’s en papa’s van anderen achteruitgaan door gebrek aan perspectief. Ik zie hen lijden en wij en veel kleinkinderen lijden mee.

Samen met andere mantelzorgers wil ik hen een stem geven op sociale media, in de pers, bij het beleid want deze groep is minder mondig, kleiner, minder gedigitaliseerd, niet gegroepeerd in een vakbond met “zilvergrijze woede-betogingen en -acties” .

Veel andere mantelzorgers zoals ik hebben psychosomatische klachten, zoals stress, slapeloosheid, burn-outklachten, …omdat ze steeds tegen de stroom moeten oproeien en knokken. Want voor elke levenskwaliteitsverbetering moeten we ons een weg wroeten door een administratieve wirwar van paperassen en een versnipperd zorglandschap, versnipperde teams, versnipperde zorg- en samenwerkvisies, … Zo knaagt ook iedere steeds complexere digitalisering van dienstverlening weer een hapje autonomie weg bij een generatie die zo sterk was in het echte leven. De digitalisering maakt senioren vaak nog afhankelijker van anderen.

Er wordt nu aandacht gegeven aan het psychisch welbevinden van senioren. Er worden preventiecampagnes opgezet tegen suïcidale gevoelens bij deze leeftijdsgroep en dat is welkom. Daarnaast pleit ik om massaal op te staan en te vechten voor meer autonomie, ook in Covidtijden.

Ik zal voor jullie gaan staan als dochter, als mantelzorger, als contextueel therapeute voor en tussen drie generaties, als gezinsbegeleider, als samenlevingscoach, als mens en medemens. Mijn stem zal de stem zijn van alle mensen met kwetsbaarheid, alle senioren, hun kinderen en kleinkinderen en die van alle mantelzorgers. Of die nu zorgen voor iemand in een thuiscontext of in een residentiële context. Zij zijn allen mantelzorgers en verdienen allemaal een degelijk statuut en erkenning. Zij laten immers wie kwetsbaar is, ook gewoon ouder, broer, zus, vriendin, talent, ervaring, sterkte.. zijn in plaats van enkel te focussen op hun beperking.

Mijn pen zal schrijven tot ook wij mantelzorgers samen met jullie mee prioritair gevaccineerd worden zodat jullie betekenisvolle relaties en bewegingsvrijheid weer een plek krijgen. En ik zal schrijven en praten tot er overal een operationele COVID-bewoners- en naastbetrokkene/ mantelzorgerraad in elke voorziening is. Niet binnen jaren maar nu. Een raad die geconsulteerd wordt, niet zo maar eentje op papier. Een raad die door externen wordt geëvalueerd op zijn effectieve bewoner- en naastbetrokkene-empowerment. Die moet er niet morgen komen maar nu want zij hebben maar één leven en dat leven ze nu.

U leest me wellicht strijdvaardig en dat ben ik ook, tussen de huilbuien, de frustratie, de onmacht, stress en psychosomatische klachten door.

Zonder Steunpunt Mantelzorg, hun morele steun, de echte erkenning, het pragmatisch meedenken en vooral hun ACTIEF mee opkomen voor de rechten van mantelzorgers en het empoweren van hen en hun familieleden in voorzieningen, weet ik echt niet of ik het nog zou volhouden.

Zonder hun laagdrempelige toegankelijkheid, het blijven mee verbinding brengen tussen beleid, wie zorg nodig heeft en wie ermee samenleeft, was ik zowel emotioneel als fysiek een wrak geweest vandaag.

Wat Steunpunt Mantelzorg voor mantelzorgers doet, is actief luisteren en mantelzorgers écht empoweren. Want met een luisterend oor, een uurtje mindfulness en een wandeling alleen komen we er niet als het welbevinden van ouderen in gevaar is.

Weten dat Steunpunt Mantelzorg zowel wie kwetsbaarheid beleeft, wie ermee samen leeft en wie er professioneel voor zorgt de hand reikt, geeft mij de kracht om te blijven meebouwen aan meer kwaliteit van leven voor ieder mens, in al zijn levensfases. Voor Steunpunt Mantelzorg is vermaatschappelijking van de zorg en Psy 107 alvast geen dode letter maar merkbare implementatie van bestaande beleidslijnen. Dat doet deugd, geeft echte energie en hoop.

Net zoals het werk van de Vlaamse Ouderraad, het Familieplatform, Similes, de VLESP, de Mobiele Teams, de Logo’s, en al die andere organisaties en mensen op de vloer en in het beleid die mee vorm geven aan een toekomst voor ieders hoofd, hart, lijf en relaties. Want kwetsbaar zijn we allemaal.

Basisvoorzieningen doen overleven, relaties doen leven en geven betekenis aan een bestaan. (Nagy Contextueel Gedachtengoed)

Zonder de weer zo deugddoende telefoon met Naomi De Bruyne van Steunpunt Mantelzorg had ik deze tekst niet op papier gekregen. Nee, ik was of in mijn hoekje gekropen of weer een slapeloze nacht ingegaan. De reden? Ik moet wachten op toestemming van een WZC én van hun coördinerend arts om als verrassing mijn mama’s kamer te mogen gaan kerstversieren terwijl zij in de eetzaal zit. Het illustreert nog maar eens dat we de machtsverhouding dringend moeten ombuigen tot een wederkerige gelijkwaardige relatie tussen wie zorgt beleeft, ermee samenleeft en er professioneel geeft.

Tot slot wil ik alle voorzieningen en professionals oprecht bedanken die al actief en hecht samenwerken met naastbetrokkenen, mensen met een kwetsbaarheid en hun talenten. Zij tonen aan dat het wel kan en geven dagelijks kracht aan de missie die zovelen met mij uitdragen: een inclusieve samenleving en verdere vermaatschappelijking van de zorg in trialoog

Lieve Willems
Naastbetrokkene/ Mantelzorger
Dochter
Inclusief Contextueel Therapeute en Vormer voor en tussen 3 generaties met en zonder kwetsbaarheid
Gegradueerde Gezinsbegeleiding en gezinsgericht werken
32 jaar Onderwijs- en Opvoedervaring
Auteur Universeel Relationeel Esperanto, relatietaaltool in 33 woorden voor 3 generaties in veranderende (zorg)relaties en samenleving, voor privé en werk en daartussen
Mede-Auteur VLOR-Garant 2005 Emotionele en gedragsproblemen bij jongeren een verkenning Hoofdstuk mbt Een contextuele benadering tussen individu, gezin, onderwijs, hulpverlening en samenleving
Freelance Vormer in trialoog tussen zorgvrager, mantelzorger en zorgverlener in GGZ, Onderwijs-, Hulpverlening-, Zorg- en Familiecontexten

Dagverhaal van mantelzorger en vrijwilliger Rudy in een zorgcentrum bij mensen met dementie

11 oktober 2020

Met pijn in het hart was ik verplicht mijn vrouwtje te laten opnemen in een zorgvoorziening voor mensen met dementie.  Ik heb haar lang thuis kunnen helpen maar plots was dat onmogelijk. Ons verhaal – maar ook een verhaal van veel anderen- was mijn eerste schrijfsel.

Na de eerste lockdown, die zeer pijnlijk en zelfs onmenselijk was door de verplichte scheiding van meer dan drie maand, kon ik geleidelijk aan weer dagelijks op bezoek. Omdat het voor mij fysiek en mentaal lukt, heb ik gevraagd om naast mantelzorger voor mijn vrouwtje ook vrijwilliger te zijn op de afdeling waar ze verblijft.

Toen ik weer regelmatig op bezoek kon gaan moest ik met spijt vaststellen dat deze lockdown sporen heeft nagelaten. Zowel bij bewoners, het personeel en vaste bezoekers. Voordien kon ik al vaststellen dat de druk op het personeel groot is. Het welzijn van de bewoners kan veel beter maar daarvoor moet men middelen hebben en krijgen. Dat is niet alleen een verhaal van willen, maar ook van kunnen en mogen.

Ik wou een maatschappelijke bijdrage leveren en tegelijk bijna dagelijks in de omgeving van mijn vrouwtje zijn. Dat is stof voor een ander verhaal maar nu is het verhaal een overzicht van een dagtaak op zondagnamiddag met enkele persoonlijke bedenkingen. De drukste dag van de zes dagen die ik er vrijwilliger ben in de namiddag. Ik ben de enige vrijwilliger voor de taakjes die ik hieronder beter omschrijf. Weinigen voelen zich geroepen om op een afdeling dementie vrijwilliger te zijn. Ik kan het mentaal aan en heb heel wat ervaring opgedaan met de zorg voor mijn vrouwtje. Ik ken de knelpunten en ik heb dat neergeschreven in een tweede schrijfsel (zoals ik het noem).

Nu ben ik officieel vrijwilliger op deze afdeling. Net zoals het personeel moet je als vrijwilliger op zo een afdeling veel empathie hebben en een sociale ingesteldheid. Je moet je kunnen inleven (en meeleven) in de wereld van de bewoners. In de benadering is kalmte en rust uitstralen belangrijk. Iedere bewoner is anders en heeft zijn eigen leefwereld. Toch ben ik er zeker van – en steeds meer – dat die bewoners veel meer gevoel – emotie hebben dan dat wij soms beseffen. Je moet kunnen zien – aanvoelen in welke wereld ze zich bevinden.

Ik heb respect voor de mensen die er werken en zich dagelijks moeten (kunnen) inzetten. Ze zijn een voorbeeld voor al wie de coronamaatregelen aan zijn laars lapt en niet kan scheiden van zijn comfortzone. Ze zijn ook het slachtoffer van deze egoïsten (zoals ik ze noem), die ervoor zorgen dat het virus weer een dreiging is geworden voor onze ganse samenleving het zo voor de anderen verknoeien. Je hebt steeds schrik dat het virus hier zou toeslaan en je iemand zou besmetten. Je hebt voortdurend een mondmasker aan en moet denken aan virusvrije handen (ontsmetten).

Ziehier het verhaal van een zondagnamiddag vrijwilliger en mantelzorger voor mijn vrouwtje.

Zondag “taartje dag”

Rond 13u20 kom ik in de keuken. Vooreerst hou ik me aan de strenge veiligheidsregels net als het ander personeel.

De taartjes staan altijd klaar en ik leg die op de bordjes. Je moet weten welke bewoners geen suiker mogen eten of slikproblemen hebben. Sommige bewoners zitten al te wachten. Die kennen me en ik geef ze al een kopje koffie als ze zin hebben. Eén van de bewoners mag geen koffie drinken en drinkt fruitsap. Hij lust dat maar je moet het fruitsap minder vloeibaar maken wegens slikproblemen. Als dat te lang blijft staan is het niet meer drinkbaar. Bij een ander bewoner die ik de wandelaar noem moet je zien dat er koffie in zijn tas is, want anders begint die aan alle tassen waar hij bij kan te likken. Uiteraard moet je die dan vervangen. Iedereen heeft zijn vaste plaats maar voor sommigen is dat niet evident.

Personeel;  op dit ogenblik is er slechts één personeelslid die eveneens ook de mensen gaat halen in hun kamer of zelfs de “ongelukjes” moet opkuisen. Er is nog een tweede “zwevend” personeelslid die helpt op deze afdeling maar ook in de andere vleugel waar 20 bewoners zijn. Hier zijn er dertig bewoners. Voor een vijftigtal bewoners zijn er op dit ogenblik drie zorgkundigen. In de tweede vleugel is één grote eetzaal voor twintig bewoners. Bij ons zijn er drie kleinere zaaltjes. Soms zijn er bewoners die liefst op hun kamer blijven. Je moet ook rekening houden dat veel bewoners hulp nodig hebben en sommigen volledig afhankelijk zijn van hulp. Handen te kort.

Ik schenk de koffie en verdeel de taartjes. Eerst in het grootste zaaltje aanpalend aan de keuken. Dan draag ik de taartjes-koffie bij twee bewoners die eten in een kleiner zaaltje en zich nog redelijk goed zelf kunnen behelpen. Ondertussen geeft de zorgkundige het taartje aan twee bewoners die volledig afhankelijk zijn van hulp.

De tweede zorgkundige gaat met de taartjes naar het derde zaaltje. Met uitzondering van één bewoonster hebben daar vier andere bewoners veel hulp nodig .

Ik schenk wat koffie bij en ruim de drie zaaltjes op. De vuile tasjes en bordjes laat ik achter in de omgeving van de vaatwasser.

Soms moet je bewoners wat aanmoedigen om te eten. Anderen help ik met de weg naar het toilet te tonen. Af en toe moet je eens tussenbeide komen bij twee – soms – drie mannelijke bewoners omdat ze ruzie maken en risico lopen om te vallen. Er is een bewoner die steeds een mes zoekt om zijn beveiligingsband door te snijden. Je moet steeds aandachtig zijn en met alles rekening houden.

Omstreeks 14u30 geef ik het taartje met koffie aan mijn vrouwtje. Ik geef dat op de kamer want ze leeft nog met onze muziek van de jaren zeventig. Ik geef ze regelmatig wat drinken omdat ze voldoende vocht zou hebben. Ze drinkt graag multifruitsap. Ze lust ook nog een snoepje of koekje. Ook appels en kiwi. Dagelijks geef ik haar een vitamine D tablet. Gelukkig voelt ze me nog goed aan en geniet van wat ze eet. Ik kan ze nog goed inschatten. Mijn vele aanwezigheid is voor haar een grote meerwaarde. Ook voor mij want ik ben nog bij haar.

Waterronde

Dagelijks, behalve de woensdag, doe ik de waterronde. Ik ben steeds bij of in de omgeving van mijn vrouwtje. Ik kan me ook nog nuttig maken voor anderen en dat geeft een goed gevoel. Dat duurt ongeveer een uur want ik neem ook wat tijd voor de bewoners.

Op iedere kamer staat een fles water en bekertje. Soms ook limonade. De ene bruis en de andere plat. Op de kamers waar nog vuile bordjes, tasjes of bekertjes staan, neem ik die mee. Af en toe zet ik een raam open om wat frisse lucht binnen te brengen. Tussendoor ga ik regelmatig bij mijn vrouwtje. Ik kan me zelf organiseren om die taak te doen.

Ik doe dit omdat ik zag dat de zorgkundigen dit tussendoor (zoals nog veel andere taken) moesten bijnemen. Zo hebben ze wat meer tijd over voor de andere bewoners en zichzelf, want de druk op die mensen is zeer groot. Je moet het allemaal nog kunnen volhouden.

Voor sommige bewoners ben ik het dagelijkse “bezoekje” dat ze nog hebben.  Je moet zoeken hoe je ze het best kan bereiken. Ieder persoon is anders en ze leven allemaal in een andere wereld die je moet leren kennen, begrijpen en in meespelen. Eens je ze hebt bereikt, zoeken sommigen je zelf op. Je moet je dan inleven in hun wereldje. Ook het beetje bezoekers spreken me soms aan, want velen kunnen niet of moeilijk omgaan met de ziekte van hun partner of vader/moeder.

De eenzaamheid bij veel bewoners valt op. De zorgkundigen en verpleegkundigen hebben geen tijd om die nood goed te kunnen invullen. Tijdens de week – niet weekend- heb je één ergotherapeut en één kinesist die ‘s middags ook helpen met het geven van het eten aan de bewoners. Eén voor dertig bewoners vind ik weinig en ze hebben ook nog andere taken.

Als een bijna dagelijks aanspreekpunt kennen ze me. Zelfs met mondmasker aan. Vooral de stem is voor hen belangrijk en begrip tonen. Ik ben een vorm van continuïteit, een vaste persoon die ze dagelijks zien. Iets dat niet mogelijk is bij de zorgkundigen – verpleegkundigen. Daar bestaat er een grote wissel en ik vraag me af hoeveel er nog voltijds werken. Ziekteverzuim is  hier ook niet vreemd.

Enkele bewoners kan ik overtuigen wat meer te drinken. Een Franssprekende man spreekt me regelmatig aan en volgt me soms op de ronde. Hij weet dat ik tweetalig ben en bij hem (ook anderen) zie ik nooit bezoek. Met uitzondering van één keer en zeer kort. Een andere vrouw vraagt me steeds waar haar man nu zit. Een man en een vrouw zoeken steeds de uitgang om hier weg te komen. En nog zo veel meer. Ik leer die mensen zeer goed kennen en dat boeit me.

Veel woonzorgcentra willen meer doen voor het welzijn van hun bewoners. Probleem is dat ze niet kunnen omdat alles zo strik is gereglementeerd, er een tekort is aan middelen, maar ook omdat men nog moeilijk geschikt personeel vindt.

Op maandag verdeel ik ook de gewassen kledij op de kamers van de bewoners.

Avondmaal

Omstreeks 17u00  is het avondmaal. Vanaf 15u30 is er een zorgkundige in de keuken om alles klaar te maken. Ik haal het avondmaal voor mijn vrouwtje en geef die haar op de kamer. Ook haar medicatie geef ik haar. Dat is toch één bewoner minder die de zorgkundigen moeten helpen.

Ik kan mijn tijd nemen om haar het eten te geven. Ze heeft veel tijd en veel hulp nodig. Ze geniet nog van dat moment. Jammer, maar niet alle bewoners hebben deze luxe omdat de zorgkundigen handen tekort hebben. Voor sommige bewoners zou meer tijd tijdens de maaltijden bijdragen aan hun welzijn.

Voor het avondmaal – net als andere maaltijden- zitten de bewoners verdeeld in drie zaaltjes. Een zaaltje waar de bewoners zich nog goed kunnen behelpen en twee zaaltjes waar veel bewoners hulp nodig hebben of zelfs volledig afhankelijk zijn van hulp. Weer handen te kort om al die mensen te helpen.

Tussen 17u45 en 18u15 ruim en kuis ik de tafels af van de twee kleinere zaaltjes. Ondertussen kunnen de zorgkundigen/verpleegkundigen de bewoners klaarmaken in hun kamers. Geloof me, dat is op zich al een heel werk en voor hen drie keer per dag een vorm van bandwerk. Ook hier zijn handen te kort om wat meer tijd te kunnen nemen voor de bewoners.

Daar waar de mensen (2) zich nog goed zelf kunnen behelpen heb ik weinig opkuiswerk. De vrouw die daar eet, voelt zich nog nuttig als ze zelf de tafel kan afruimen. Ik laat ze dat doen.Zonder dat ze het ziet, kom ik hier en daar wat tussen als het nodig is. In het tweede zaaltje heb ik soms wat meer werk want die mensen hebben veel moeite om zelfstandig nog iets te kunnen doen en morsen veel. Hier kan men zeker meer handen gebruiken. Ook meer tijd kunnen nemen voor die mensen is nodig.

Bedtijd

Rond 18u15 komt de verzorging Maria klaarmaken om naar bed te gaan. Vooraf nog een toiletbezoek. Omdat ze nog zeer weinig mobiel is, is het gebruik van een aangepast toestel nodig. Omdat veel bewoners veel hulp nodig hebben en niet alles voorspelbaar is, help ik soms met die taak. Dan zijn er geen twee zorgkundigen nodig.

Na het toiletbezoek en eens in bed poets ik nog haar tanden, wat niet altijd evident is om dat te doen. Voor de zorgkundigen is dat veelal ondoenbaar, maar met mij lukt het nog zo goed het kan met aangepaste tandpasta. Dan nog een neuszalf en balsem voor haar droge lippen. Ik kan de nodige tijd nemen om dat te doen. Af en toe wrijf ik haar droge huid (armen, benen en gelaat) in met een verzorgende huidcrème. Voor een bewoners is het belangrijk voor zijn welzijn als een partner – mantelzorger nog kan en wil helpen. Zorgkundigen zijn met te weinig en hebben daar geen tijd voor over.

Dan geef ik haar nog wat water, gordijnen dicht , wat stille achtergrond muziek, licht uit en ga ik naar huis. Meestal rond 19u00. Veelal is ze dan moe en slaapt vlug in.

Tot slot

Dit is mijn dagverhaal op een afdeling dementie.

Voor mij is het ondertussen zeer duidelijk dat je een onderscheid moet maken tussen bewoners in zorgcentra die gewone hulp nodig hebben en de bewoners met dementie. Dat is een zeer groot verschil in aanpak, maar ook van de competenties van het personeel. Ook het beleid moet daar dringend eens gaan herbezinnen.

Als ik bij mijn vrouwtje ben en met de taakjes die ik er doe, voel ik me gelukkig. Soms begrijp ik het ook niet, maar als ik mijn vrouwtje zie, zie ik haar nog steeds als een jonge, mooie vrouw zoals ze was. In mijn ogen is ze nog steeds dezelfde.

Voor mij hoeft dat niet meer te zijn, samen met de kinderen en kleinkinderen die ik heb. De band met sommige bewoners groeit ook. Af en toe is er eens een pijnlijk moment als een bewoner komt te overlijden, vooral met wie je al een goede band had.  Ik zie dat zorgkundigen/ verpleegkundige het daar ook moeilijk mee hebben. Ook omdat die kamers dan vlug moeten in orde gebracht worden voor een nieuwe bewoner die aan het wachten is op een plaats.

Meer lezen van Rudy?

Rudy is mantelzorger en schrijft artikels voor onze blog. Hij maakt rake observaties over de knelpunten voor mantelzorgers. Door zijn ervaringen te delen hoopt hij andere mantelzorgers, beleidsmakers en hulpverleners te inspireren.


Als Steunpunt Mantelzorg willen wij een platform bieden aan mantelzorgers om hun stem te laten horen. De standpunten en schrijfsels van gastbloggers vertegenwoordigen hun opinie en ervaring.

Bieke combineert mantelzorg met haar studies

Bieke Baete (24) is student en zorgt voor haar 61-jarige vader met astma, osteoporose, allergie en COPD stadium 4 (ofwel Chronische Obstructieve Long Ziekte). Ze studeerde vorig jaar af in orthopedagogie aan HOGENT en combineert nu haar educatieve bachelor met haar rol als mantelzorger. “Sinds een jaar zie ik mezelf als mantelzorger. Bij mantelzorg denk je vaak aan iemand van middelbare leeftijd die zorgt voor een partner of ouder. Studenten vallen niet in dat typische hokje.”

Hoe ben je te weten gekomen dat jij eigenlijk mantelzorger bent?

Ik hoorde van mantelzorg tijdens mijn lessen orthopedagogie. Vroeger dacht ik dat wat ik deed gewoon de norm was. Ik stond er niet bij stil. Door gesprekken met anderen, begon ik te beseffen dat ik naast student ook mantelzorger ben.

Hoe heeft dat een invloed op jouw studietraject en je leven?

Mijn papa kan plots doorheen het jaar ziek worden. Dan wordt de zorg groter. Maar het volume studiewerk vermindert daarom niet. Pas op, als student wil ik niet anders behandeld worden dan anderen. Ik wil geen half puntje extra uit medelijden. Ik ben trots op wat ik intussen bereikt heb. Maar ik heb bijvoorbeeld wel langer over mijn studietraject gedaan.

Je moet soms op het moment zelf kunnen inspringen. Zo is mijn papa vorig jaar tijdens mijn stage ziek geworden. Mijn papa belde mij op: “Niet panikeren, maar ik zit in een ambulance”. Gelukkig kon ik op begrip rekenen van mijn stageplek. Ik mocht vroeger vertrekken om naar mijn papa toe te gaan.

Hoe ervaar je het begrip voor mantelzorgers op HOGENT?

Heel goed. De bal is eigenlijk aan het rollen gegaan toen we eind vorig academiejaar het bericht kregen dat onze examens zouden plaatsvinden in Flanders Expo. Mijn vader behoort tot een kwetsbare groep. Ik sloeg in paniek. Ik wist niet wat ik moest doen of wie ik kon aanspreken.

Ik heb toen gemaild naar een docent met wie ik eerder al had gepraat over mijn mantelzorgsituatie. Zij was heel begripvol en bracht me in contact met de dienst studentenvoorzieningen (STUVO). De contactpersoon Zorg bij STUVO regelde dat ik individuele maatregelen verkreeg voor mijn examens. Mijn examens gingen online door.

Ook dit jaar kan ik rekenen op individuele onderwijs- en examenmaatregelen waardoor ik later in de les mag komen, examens digitaal kan maken en gewettigd afwezig mag zijn om mantelzorgtaken te vervullen.

Hoe belangrijk is het om docenten of medestudenten over je situatie te kunnen vertellen?

Er zijn maar een paar docenten op de hoogte van mijn mantelzorgsituatie. Door hen en het goeie contact met de dienst STUVO, wist ik dat het goed ging komen.

Toch hou ik meestal mijn mantelzorgsituatie op de achtergrond. Als student en mantelzorger zit ik in met de vraag of iedereen zich wel kan verplaatsen in wat ik doe als mantelzorger. Bij docenten wil je niet dat ze je anders bekijken. Ik wil er ook gewoon bij horen.

Mantelzorg is niet zo zichtbaar voor anderen en het is moeilijk om uit te leggen. Soms zeggen studenten wel eens “Blijf wat langer hangen” of “Kom naar dat feestje.” Dat gaat niet altijd. Ik heb dan het gevoel dat ik het niet in zijn volledigheid kan uitleggen.

Wat ik concreet doe? Dat zijn zaken zoals kuisen, koken, de was doen, de administratie opvolgen, … Mijn vader heeft moeite met zware dingen te heffen, dus ik draag  de wasmanden of boodschappen de trap op en af. Ik ga mee naar de winkel zodat ik de boodschappen kan dragen of in de kar leggen.

Maar het gaat ook over het gevoel van verantwoordelijkheid dat je draagt als je zorgt voor iemand anders. Zo trof ik mijn vader ’s morgens eens aan toen hij ernstige moeilijkheden had met zijn ademhaling. Hij moest meteen naar het ziekenhuis. Hij kon op dat ogenblik zelfs geen teken van communicatie geven. Wat als ik er niet was geweest? Maar zoiets is moeilijk om uit te leggen aan medestudenten die je nog maar net leert kennen voor bijvoorbeeld een groepswerk. Ik doe dat dan ook niet.

Weet je, het is alsof je een auto bestuurt waarbij het ene wiel staat voor jouw leven en het andere wiel voor de verantwoordelijkheid en de zorg die je opneemt voor iemand anders. Het is dan de kunst om die wielen in dezelfde richting te blijven uitsturen.

Wat vind je belangrijk als studerende mantelzorger? Waar zouden andere studenten baat bij hebben?

Informatie, niet alleen over wat de onderwijsinstelling kan doen, maar ook wat de algemene rechten zijn van mantelzorgers. Nadat ik steun kreeg van HOGENT heb ik onmiddellijk op Facebook gedeeld dat je als studerende mantelzorger het gesprek kan aangaan met hen over ondersteuningsopties. Veel medestudenten weten dit niet.

Daarnaast zou ik het fijn vinden als mantelzorg bij studenten genormaliseerd wordt. Vaak denk je bij mantelzorgers aan mensen van middelbare leeftijd die zorgen voor een partner of ouder. Studenten vallen niet in dat hokje. Ze herkennen zich niet in die omschrijving. We weten het vaak niet van elkaar. Er is geen clubje van studerende mantelzorgers. De meesten denken ook: “We zijn zo opgegroeid, dat is gewoon zo.”

Erkenning is belangrijk. Je hoeft niet speciaal behandeld te worden, maar het voelt wel goed als er begrip voor is. Voor de rest wil ik ook gezien worden als student, en niet als enkel en alleen als mantelzorger.

Wat brengt het jou, om mantelzorger te zijn?

Mijn vader en ik: wij verstaan elkaar. We hebben intussen al zoveel meegemaakt. We weten dat we op elkaar kunnen rekenen. Door mantelzorg hebben we een heel sterke band. We hebben het nooit opgegeven, ook niet tijdens de moeilijke momenten. We hebben samen een mentaliteit gekweekt van “wij twee, wij komen er wel.”. Ik ben ook een stuk sneller volwassen geworden dan anderen. Dat helpt mij vooruit in het leven. Ik zie duidelijk waar ik naartoe wil. Ik weet waar ik sta en wat ik wil bereiken. Dat weet ik al sinds mijn 12 jaar.

Wat zou je tegen andere jonge mantelzorgers willen zeggen als tip?

Neem iemand in vertrouwen. Deel het eens met een vriend en durf hulp te vragen. Het helpt zoveel als iemand op de hoogte is. Dat verlicht de druk. Misschien kan die persoon even een mail nalezen of kan die meegaan naar een afspraak.

Dat was ook zo bij mijn vriend. Toen ik niet goed wist wat te doen bij het nieuws over het examen in Flanders Expo, gaf hij mij dat extra duwtje om er toch iets van te zeggen. Daar ben ik hem nog altijd heel dankbaar voor.

Wat ik nog wil zeggen, is dat het oké als er even iets niet lukt of als je een minder dagje hebt. En tot slot,  omarm het ook: wees trots op wat je doet. Het is eigenlijk fenomenaal dat je die twee wielen zo goed tegelijkertijd kan besturen. Dat zou ik graag willen zeggen tegen andere studerende mantelzorgers.

Mantelzorggedicht: Steeds weer een stapje “verder”

Een nieuw gedicht van onze huisdichter en mantelzorger.

ze wankelde gisteren eigenlijk reeds een beetje
wanneer 't begon of erger werd, vergeet je
nog wat schever strompelt ze nu aan de hand vooruit
soms tergend bang en traag soms van "ritme onderuit!" 

de ene voet lijkt geen tenen te hebben, de anderen geen hiel,
en altijd die angst, 't is net een hond in haar kiel
mompelend wat iemand mag verstaan 
en vraag je het, kijken die oogjes je zo recht aan 

Waar is ze nu? is ze nog hier? of is ze "weg"?
verstaat ze nog wel wat ik haar zeg?
't is goed dat ze nog zo lachen kàn
daar word je dan zelf ook even vrolijk van. 

knuflolino

Over de mantelzorger die het gedicht schreef

Ze omschrijft zichzelf als iemand met een groot hart, soms te groot. Dat is medisch vastgesteld, vertrouwt ze ons toe. Altijd raakt ze je met haar liefde voor mantelzorgers. Ze schuwt daarbij de ruwe kanten van mantelzorg niet. Tegelijkertijd ontmoet je in haar gedichten een warme en lichte taal vol van poëzie en humor.

Lees haar andere gedichten:


Als Steunpunt Mantelzorg willen wij een platform bieden aan mantelzorgers om hun stem te laten horen. De standpunten en schrijfsels van gastbloggers vertegenwoordigen hun opinie en ervaring.

Annulatie vormingen

Door de stijgende coronacijfers zijn onze fysieke vormingen geannuleerd tot zeker 13 december 2020. We volgen hierbij de richtlijnen van het Agentschap Zorg en Gezondheid.

Steunpunt Mantelzorg wenst iedereen moed toe in deze uitdagende tijden.

Foto: Roel Dierckens via Unsplash