Mantelzorger Marleen vertelt over het netwerk dat ze opbouwde via Lus vzw

Marleen (48) is mama en mantelzorger van haar zoon Aaron (13). Aaron heeft een zeldzame vorm van epilepsie. Het is voor Aaron niet evident om zich verstaanbaar te maken of om conversaties te volgen. Terwijl de zorg voor Aaron meer en meer plaats innam binnen hun gezin, verkleinde hun netwerk. Tot Lus vzw in beeld kwam. Lus vzw is een organisatie die samen met jou de opties verkent om een netwerk rondom jou uit te bouwen. Jij zet de stappen, zij ondersteunen. Marleen: “Zonder Lus zou er nooit zo’n sterke band zijn ontstaan.”

Marleen, hoe ben jij in contact gekomen met Lus?

Ik hoorde voor de eerste keer van Lus via een collega. Ik werkte toen voor thuisbegeleiding Kadodder. Toen ik hoorde wat ze voor jou kunnen betekenen, wou ik er toch nog eens over nadenken. Het klopte dat ons netwerk klein was toen, maar goed, wij trokken onze plan. Zo had ik dat altijd gezien: wij zijn plantrekkers. Op den duur hadden we toch maar weinig contact met anderen. Al bij al heeft het nog een jaar geduurd eer ik contact opnam met Lus. Uiteindelijk dacht ik bij mijzelf: “Ik heb er niks bij te verliezen.”

Wat is er uit dat contact gekomen?

We hebben samen de eerste stappen verkend om ons netwerk actief op te starten. Het idee is dat je geregeld samenkomt met je netwerk. Zij vormen dan jouw zogenaamde lus. Mijn doel was om een Lus voor Aaron te creëren, maar ook om ons eigen netwerk daarbij te verruimen als mantelzorger.

Erik, een medewerker van Lus, begeleidt de bijeenkomsten. Maar de rest doe ik zelf. Ik zorg voor de uitnodigingen, regel de bijeenkomsten en voorzie wat hapjes en drankjes. We komen samen bij ons thuis.

Tijdens die eerste bijeenkomsten bespraken we de levensloop van Aaron. We volgden toen nog wat meer de structuur die Lus ons aanreikte. Nu bepalen we zelf de agenda. Of bespreken we wat er zich op dat moment aandient.

Lus helpt je om na te denken wie je kan contacteren. Dat kan bijvoorbeeld een oud-leerkracht zijn, een buurvrouw, iemand uit je familie, een oude schoolvriend…

Ik vond het belangrijk om mensen uit te zoeken waarbij Aaron zich op zijn gemak voelde. Zo heb ik een buurvrouw gevraagd om af te komen, net als een neef en 2 schoonzussen waarmee ik een goeie band heb. Ik heb de vraag ook gesteld aan Geert, iemand uit onze volleybalclub. Op het eerste zicht is dat misschien een onverwachte keuze, want Geert was geen familie, gewoon iemand van de volleybalclub. Maar het viel me altijd op dat Geert Aaron meenam in de gesprekken. Hij vroeg altijd aan Aaron hoe het met hem was. Aaron voelde zich op zijn gemak bij hem.

Iedereen heeft eigenlijk onmiddellijk ja gezegd. En dan begon het: de bijeenkomsten. We vertrekken altijd vanuit het levensverhaal van Aaron. Hij staat centraal.

Hoe verloopt zo een bijeenkomst dan?

In het begin voelde dat voor Aaron vooral aan als een feestje. Hij besefte nog niet dat we allemaal samenkwamen voor hem. Hij hield zich dan ook eerst wat afzijdig. Maar na verloop van tijd nam Aaron zelf meer de leiding. Ik zag zijn zelfvertrouwen toenemen.

In het begin is er tijdelijk en in samenspraak met het multifunctioneel centrum (MFC) een begeleidster van het MFC mee aan tafel geschoven. Dat hielp bij de communicatie. Zij betrok Aaron meer en meer bij het gesprek via gebarentaal.

De banden onderling worden ook sterker. Dat groeit heel organisch. Op den duur brengen mensen ook anderen mee. Geert bracht zo eerst zijn vrouw en later zijn dochter mee. Zijn dochter heeft dan op eigen initiatief pictogrammen gemaakt om het gesprek met Aaron te faciliteren. Het zijn banden die blijven groeien, ook buiten de Lus-bijeenkomsten. Het zijn vriendschappen voor het leven.

De Lus-bijeenkomsten hebben ook inspiratie gegeven voor andere contacten en initiatieven. Zo hebben we in de kantine van de volleybal een les gebarentaal gegeven. Aaron nam toen de leiding en stond in de belangstelling. Het is een idee waar je anders misschien zelf niet opkomt, maar het is tijdens een Lus-bijeenkomst ontstaan. Het is fijn om te zien hoe je zoon dan openbloeit.

Heb je een positieve invloed van de Lus-groep opgemerkt bij Aaron?

Ja, nu staat hij veel verder dan toen. Pas op, bij andere mensen zal er nog altijd een drempel zijn om onmiddellijk te communiceren. Dat blijft geen evidente zaak voor hem. Maar binnen die groep is hij compleet opengebloeid en dat is mooi om te zien.

Waar hij vroeger wat meer afzijdig was, is hij nu steeds actiever. Hij neemt, op zijn manier, meer en meer deel aan de bijeenkomst. Zo pakt hij het blad papier met de agenda, ook al kan hij niet lezen of schrijven, en bepaalt hij mee de puntjes van de bijeenkomst. Samen met Erik en de tolk ondersteunen we hem bij zijn communicatie. Je ziet daarbij dat de groep ook is gegroeid in de manier waarop ze de communicatie voor Aaron faciliteren. Zo krijgt hij meer en meer de ruimte om zich te tonen. Hij kent nu meer mensen die deel uitmaken van zijn verhaal.

Zijn er bijzondere vriendschappen uit ontstaan?

Ja, in het begin twijfel je toch een beetje wie je gaat meevragen naar een Lus-bijeenkomst. Maar ik ben heel positief verrast door alle reacties. Iedereen zei ja. Als ik dan denk aan wat bijvoorbeeld Geert betekent voor Aaron. Dat had ik nooit verwacht. Zonder Lus zou er nooit zo een sterke band zijn ontstaan. Dat bleek ook tijdens de lockdown.

Wat voor impact heeft de Lus-bijeenkomsten op jou gehad als mantelzorger?

Het heeft mij veel inzichten gegeven. Zo heb ik minder drempels om naar anderen toe te stappen. Ik aanvaard ook beter hulp of tips van anderen. Weet je, vroeger was ik echt een moederkloek. Ik kon moeilijk de zorg loslaten. De zorg voor Aaron stond centraal. Als moeder denk dat je het zelf beter doet. Want je kent je kind ook gewoon zo goed.

Ik was me er niet van bewust hoe die houding anderen tegenhield om ons te benaderen. Mensen dachten dan “Marleen gaat dat niet graag hebben.” Op die manier is er geen wederzijdsheid. Dat is nu veranderd.

Ik ben Lus ook gewoon heel dankbaar. Als mantelzorger of als gezin heb je soms het gevoel dat je het alleen moet doen, dat je zelf je plan wel zal trekken. Maar het gaat veel vlotter als er een groep achter je staat.

Het is ook belangrijk om te weten dat ik er in het begin geen verwachtingen bij had. Het heeft geen zin als je op voorhand denkt: “Ik ga er dit of dat uitkrijgen.” Het is een proces van jaren en je kan het niet forceren.  Het contact groeit organisch. Met mensen uit de bijeenkomst krijg je een nauwer contact, dat is waar. Maar het is ook het gevoel van mensen nabij te hebben… Dat is wat Lus zo interessant maakt.

Al de rest is vrijblijvend. Je kan zelf kiezen welke accenten je legt tijdens zo een groep. Je weet in het begin ook niet wat je van anderen kan verwachten of hoe dat gaat lopen.

Het komt ook nog altijd voort uit jezelf. Jij zet alle stappen. Lus, dat is gewoon de diesel. Het vlammeke, dat extra duwtje om de stap naar buiten te zetten. Dankzij hen ontdek je in jezelf een kracht waar je je nog niet bewust van was.

Maak kennis met Lus vzw

Lus vzw brengt mensen in verbinding.

Vrijwilligers brengen familie, vrienden, buren en kennissen bij elkaar. Zo creëert Lus steeds nieuwe, unieke groepen mensen die samen praten en nadenken.Iets samen dragen werkt versterkend en zo ontdekken we telkens weer de kracht van en tussen mensen.

LUS vzw is een sociale beweging met 700 lussers, die samen 230 lusgroepen vormen. Naast de lusgroepen inspireren we mensen onder andere via workshops en artikels om te investeren in hun netwerk van kennissen, buren, vrienden en familie. Er zijn momenteel 140 vrijwilligers zijn actief in Vlaanderen en Brussel.

Mantelzorger Rudy over de knelpunten voor mantelzorgers voor en na lockdown

 Mantelzorger en gastblogger Rudy maakt een aantal rake observaties over de knelpunten voor mantelzorgers, voor en na de lockdown. De coronacrisis stemt hem tot nadenken. In zijn blog vertelt hij over zijn ervaring als mantelzorger. Eerst als mantelzorger voor zijn vrouw met dementie thuis. Nadien als mantelzorger voor zijn vrouw die verhuisde naar een woonzorgcentrum. Rudy vraagt zich af wat beter kan voor mantelzorgers en zorgvragers

De standpunten in deze lezersbrief vertegenwoordigen de opinie en ervaring van de auteur van de lezersbrief. Als Steunpunt Mantelzorg willen wij een platform bieden aan mantelzorgers om hun stem te laten horen.

Rudy: Alhoewel ik er alles voor over had om mijn vrouwtje thuis te willen helpen was het onmogelijk geworden dat alleen te doen.

Thuiszorg en assistentiewoningen hebben hun grenzen en konden niet tegemoet komen aan onze noden. Daarom moesten we gescheiden gaan leven. Een zeer pijnlijke beslissing.

Op basis van onze ervaring, geef ik graag de volgende observaties en knelpunten mee.

Thuisverpleging en hulp

De huidige thuiszorg is niet voor iedereen geschikt. Zeker niet voor mensen met ernstige dementie. Tijdens de corona lockdown werd het alleen maar erger en stonden vele mantelzorgers er alleen voor. Er is een te grote tijdsdruk op het verplegend en verzorgend personeel. Ik heb personeel gezien die de werkdruk niet meer aan konden. Zonder mijn hulp was het bijna niet mogelijk om mijn vrouwtje rustig te kunnen helpen.

Gespecialiseerde teams waar je zorg op maat zou kunnen krijgen, kan een deel van de oplossing zijn, tenminste als ze voldoende tijd krijgen en ervaring hebben.

Tijdens de corona lockdown werd de thuiszorg beperkt. Poetshulp en andere hulp kon je ook niet meer krijgen. De mantelzorger moest zijn plan trekken.

Adviesorganen

Adviesorganen zijn er meer dan genoeg tot op het gemeentelijk niveau. Hun adviezen zijn nuttig tot op een bepaald moment van de ziekte. In een beginstadium van dementie is het leerrijk. Je leert omgaan met de persoon met dementie voor wie je mantelzorger bent. Je krijgt inlichtingen over mogelijke hulp en tegemoetkomingen. Op een bepaald ogenblik en in een verder stadium van de ziekte, staan ze ook machteloos en kunnen ze maar verwijzen naar de middelen en hulp die dan niet meer volstaan.

Tijdens de corona lockdown waren er geen initiatieven meer waar ik weet van heb en stonden ze ook machteloos.

Noodopvang

Als mantelzorger lig je vaak wakker omdat je bekommerd bent dat je plots zelf ziek kan worden of plots niet meer kan helpen.  Wat dan? Aanvankelijk dacht ik aan een noodopvang maar dat heb ik nergens gevonden. Zeker niet in onze streek. Kortverblijf is ook niet iets waar je plots naartoe kan met een persoon met ernstige dementie. In onze streek vond ik maar één kamer. Je moest dan ook ruim op voorhand kunnen afspreken. Vroeger kon je nog tijdelijk terecht in een revalidatiekliniek in onze streek, in afwachting dat je een plaats vond in zorgcentrum. Dat gebeurde in samenspraak met de huisarts. Nu is dat niet meer mogelijk. De nadruk wordt uitsluitend gelegd op revalidatie.

Tijdens de piek van corona was deze revalidatiekliniek ook een opvang voor coronapatiënten. De kans op besmetting was er reëel en het was dus geen geschikte plaats voor noodopvang van mensen met dementie.

Tijdens de lockdown was er ook geen kort- noch dagverblijf meer. In feite kwam het op het volgende neer: “trek je plan”.

Een kliniek

Iemand met dementie heeft ook fysieke klachten. Meestal is het moeilijk uit te maken wat er aan de hand is. Zelf kunnen ze het meestal niet meer verwoorden. Je ziet dan een agitatie bij de persoon met dementie. Door ervaring kan je soms wel iets inschatten zoals nood aan toiletbezoek. Andere en ergere situaties zijn soms heel moeilijk waar te nemen en de schrik bestaat, dat in geval van o.a. vasculaire dementie, er weer iets ernstigs aan de hand is. Verschillende keren moest ik beroep doen op de hulpdiensten. In de spoed heb ik slechte ervaringen. Tot en met zelfs een onbeschofte arts die naar mijn mening niet wist wat dementie is. Mijn laatste ervaring was goed maar veel is afhankelijk van de spoedarts. Een huisarts staat veelal ook machteloos om thuis hulp te bieden.

In de spoed zag men bij mijn vrouwtje aan haar bloedwaarden dat er iets gaande was. Wat het precies was, was meestal moeilijk te achterhalen behalve tijdens haar laatste opname. Achteraf had ik de indruk dat ze een goede behandeling kreeg. Gelukkig, want we zaten dan aan het begin van de lockdown.

Na een onderzoek in de spoed worden mensen met dementie meestal opgenomen in de gesloten afdeling geriatrie. Klinische geriatrie is het medisch specialisme voor de kwetsbare oudere patiënt in het ziekenhuis. Aandoeningen die een groot deel van het onderzoeksdomein van de geriater uitmaken zijn: dementie in zijn geheel, maar ook ziekte van Alzheimer, ziekte van Parkinson of osteoporose.

In deze afdeling had ik een gemengde ervaring. Zoals in een zorgvoorziening hebben de patiënten daar veelal veel gespecialiseerde hulp nodig. Niet al het personeel was daar geschikt voor en er was ook een tekort aan personeel. Zoals op veel plaatsen heb ik de indruk dat de hoofdverpleegkundigen geen tijd hebben om veel op de werkvloer te komen. Zoals een arts me zei: “Er zal iets ernstigs moeten gebeuren alvorens het bestuur wakker zal schieten” of “ Ik moet je vrouw doorsturen naar een revalidatiekliniek want je vrouw is in de ogen van het bestuur niet meer economisch rendabel”.

Ik vermoed dat de coronacrisis wel het economisch denken van veel klinieken deed veranderen. Zoals je nu kan horen, denkt men na over het herschikken van de middelen in klinieken. De middelen gaan niet altijd naar de juiste actoren. De verhouding van verloning is ook niet eerlijk. Zelfs artsen zeggen dat nu.

De zorgcentra

Wanneer je het thuis niet meer aan kan moet je dringend op zoek naar een “plaatsje” in een woon-zorgcentrum. In onze streek liggen de plaatsen niet voor het rapen en dan moet je meestal genoegen nemen met waar je plaats vindt. Ook na de zorg in een kliniek of revalidatiekliniek word je in die richting geduwd door de sociale dienst van de kliniek. Ze willen je helpen maar zelf ben je nog niet voorbereid om afscheid te nemen van je geliefde partner (of vader of moeder). Je wil en kan het niet aanvaarden alhoewel je beseft dat je het niet meer alleen aan kan. Het is een zeer moeilijk scheidingsproces. Na de laatste opname in de kliniek hebben ze me geholpen en achteraf bekeken had ik geluk met het zorgcentrum waar ze nu is. Niet alleen het scheidingsproces is moeilijk te verwerken maar ook is er een bezorgdheid of je partner in de voorziening  goede zorg zal krijgen.

De corona lockdown had wel één groot pijnpunt. Als partner en zelfs mantelzorger mocht je ook niet meer binnen om te gaan helpen (ook bezoek). Voor de eerste keer in ons leven waren we van elkaar gescheiden voor meer dan drie maand.  De impact van mijn afwezigheid kon zeer groot zijn voor haar. De informatie die ik kreeg over haar was zeer beperkt. Je vroeg je af of de voorziening nog de zorg aan kon met de voortdurende schrik dat het virus er zou toeslaan. Bij de personen met dementie is het dan ook niet evident om persoonlijk contact te maken via GSM, smartphone, tablet en noem maar op, zonder extra begeleiding van personeel.  Naar partners en mantelzorgers toe vond ik dat bezoekverbod niet meer proportioneel. Waar mijn vrouwtje is zou dat zeker geen overrompeling betekenen. Op iets meer dan vijftig bewoners zijn dat maar een vijftal partners. Aanvankelijk had ik wel begrip voor de maatregel wegens gebrek aan middelen, testcapaciteit en de grote onzekerheid. Nadien niet meer. Ik heb daar ook mijn bedenkingen over neergeschreven. Als ik minister Beke zijn huidige uitleg hoor word ik er ziek van. Het vorige beleid heeft de sector verwaarloosd en middelen afgenomen. Hun besparingsdrang, gebrek aan voorzienigheid, maar ook een zwakke opvolging van de woonzorgcentra is veel bewoners fataal geworden. Uiteraard niet alleen in ons land. Minister Beke verwijst naar andere landen maar tijdens mijn beroepsleven hoorde ik veel politici en pennenlikkers zeggen: “Veeg eerst voor je eigen deur…”.

De woonzorgcentra hadden (en nog) een enorme schrik voor hun aansprakelijkheid. Terecht, want als ik de richtlijnen las van het agentschap zorg en gezondheid van Vlaanderen kwam het er op neer dat ze hun plan moesten trekken. Mantelzorgers en vrijwilligers mochten ook niet meer gaan helpen. Dat zonder grondig te evalueren of sommigen onder hen geen meerwaarde konden betekenen voor het welzijn van de bewoners.

Nu dat ik mijn vrouw bijna dagelijks weer kan helpen zie ik wel andere noden. Mijn vrouwtje had geluk en is mentaal weinig veranderd. Haar mobiliteit is verminderd maar het is moeilijk uit te maken of de lockdown daar voor iets tussen zit. Bij een aantal andere bewoners zie ik een verslechtering van hun toestand. Er zijn ook nieuwe bewoners. Ik stel vast dat de werkdruk voor de verzorgers is toegenomen. Het voorzorgsprincipe dat ze nog steeds moeten toepassen zorgt ook voor een grote druk op hen. Ze zijn moe en de werkdruk is toegenomen. Zonder hulp ben ik er bijna zeker van dat ze een nieuwe lockdown niet meer aan kunnen. Zeker niet mentaal. Ik ben ervan overtuigd dat mantelzorgers en/of vrijwilligers welkom zijn. Bij mijn vrouwtje is het zorgcentrum operationeel nog goed. Toch is er weinig tijd over voor het welzijn van de bewoners. Op andere plaatsen hoor ik pijnlijkere toestanden. Bijvoorbeeld veel ziekteverzuim van personeel dat moe is of het niet meer ziet zitten. Wie overblijft moet meer presteren. Dat is niet vol te houden.

Personeel vinden is geen evidentie. Onlangs zag ik ongeveer 750 vacatures open staan bij de VDAB in de zorgsector. Alleen maar voor West – Vlaanderen. Dat zegt veel en ook daar is er dringend een opwaardering nodig.

Een overaanbod aan luxe assistentiewoningen met zorg op vraag maar geen zorgwoningen met zorg op maat

Als mantelzorger voor je partner (ook andere mantelzorgers) is een scheiding vreselijk. Corona heeft dat nog versterkt.

Waarom zijn er geen voorzieningen waar je nog samen kan zijn en toch een verzorging op maat kan krijgen?

Blijkbaar is er een overaanbod aan assistentiewoningen. Heel wat investeerders voelen zich bedrogen en het beloofde rendement was maar een lokkertje. Sommigen willen van hun assistentiewoning een gewoon appartement maken maar dat is alles behalve eenvoudig, zelfs onmogelijk.

Waarom geen investeringen in zorgwoningen met zorg op maat? Woningen waar de mantelzorger nog kan helpen zoals thuis maar ook te allen tijde aangepaste hulp kan krijgen zoals in een zorgcentrum? Naar mijn mening zou het kostenplaatje weinig verschil uitmaken met een zorgcentrum. Zowel persoonlijk als voor de overheid. Alleen zijn het ruimere woningen waar de partner ook kan wonen en beroep doen op aangepaste hulp. De gezonde mantelzorgers kunnen zich ook organiseren om te helpen. Hier moet eens dringend over nagedacht worden want ik denk dat de vraag/ nood groot is.

Rudy Cools

Over de auteur

Momenteel is Rudy, naast mantelzorger voor zijn vrouw, ook aan de slag als vrijwilliger op de afdeling van het woonzorgcentrum waar zijn vrouw verblijft. Op zaterdag laat hij het bezoek toe op die afdeling en zondagnamiddag springt hij bij met de verdeling van de taart en opruimen. Hij verdeelt gewassen kledij en bezorgt vers water op de kamers. In de toekomst hoopt hij een stukje bij te dragen aan de communicatie tussen familie en bewoners en wil hij graag iets opstarten met muziek en gitaar.

Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.